RA Nuland 54 Allerhande Acten (1760-1764)

RA Nuland 54 Allerhande acten 1760 – 1764   296 pagina’s                versie 1.0

 

Blz 1 dd 17 april 1760

Compareert Peter Govers en Marcelis Driesse Quack, inwoners alhier, verklaren op verzoek van Hendrik Hanegraaf , dat zij op eind november, begin december van het gepasseerde jaar waren in het woonhuis van Jan van den Dries gepensioneert Sergeant en herbergier tot Rosmalen in gezelschap van Hendrik Hanegraaf eigenaar van het genoemde huis die vroeg of van den Dries het huis niet had gehuurd in 1757 voor de tijd van 4 jaar met na 2 jaar te mogen scheiden, diegene moet dan 3 weken voor kersmis opzeggen. Hanegraaf wil van den Dries eruit, hij wil er zelf gaan wonen.

Tekenen: Peter Govers, Ceel Quack, Schepenen: Peter van de Ven en Gerit van Gogh, JD Cremers secr.

 

Blz 3 dd 21 april 1760

Schepenen verklaren op verzoek van Rombout Jacob Dorde, tans inwoner alhier, dat zijn huis gestaan heeft in rosmalen , op 3 mei 1759 door een opkomende brand aan zijn naast geburige huis ontstaan waardoor zijn huis en 4 naastaangelegen huizen door de vlam in het geheel verteert en tot de grond toe afgebrant sijnde. De brand was zo vrament dat alle de hulp en bijstand van honderde mensen daar bij coomende geen de minste blussinge hoeveel moeite en iverde selve aanwenden niet het minste conde verhinderen of blussen. Rombout is in uijterste armoede geraakt en dus gans buijten staat om het afgebrande huijs werderom op te bouwen, en versoekt goedhertige menschen om bijstand, en ondersteunen de schepenen dit verzoek, mede omdat hij en zijn ouders altijd zich goed gedragen hebben. Hij heeft vrouw en 4 kinderen, vorig jaar de pestziekte van de rundbeesten zijn beesten verloren.

Tekenen: Schepenen Peter van de Ven, Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, Cornelis van Gemonde, JD Cremers secr.

 

Blz 6 dd

Compareren Marcelis Quack en Willemijna van der Pol, zijn huisvrouw, inwoners alhier en verklaren op verzoek van Jan van den Dries, gepensioneert sergeant te Rosmalen, dat zij op 14 mei 1757 ’s avonds waren in zijn woonhuijs en herberg en zagen daar Hendrik Hanegraaf inkomen, inwoner alhier en door hem o.a. discoursen hebben horen seggen  (akte stopt ineens zonder ondertekening)

 

Blz 7 dd 14 juni 1760

Compareert Heer Jan Gorge van Crohnem, heer van Duijnendaal, die machtigt Gerardus van Senderen inwoner alhier om uit zijn naam om op 19 en 23 juni voor de Heemraad …….van de Polder van der Eijgen onder Rosmalen, …Somerdijck en ? Komelsdonckdijck onder dese HH, om gelofte te doen zoals hij verplicht is te doen, hij zal alle beloften nakomen.

Tekent: JG van Crohnen, Schepenen: Gerit van Gogh en Paulus Govers, JD Cremers, secr.

 

Blz 8 dd 19 juni 1760

Schepenen machtigen Francis Ploegmakers, regerend armmeester, om naar de Kepkensdonkdijk te gaan alhier, op maandag de 22 juni en opvolgende dagen, om te compareren voor de dijkgraaf en Heemraden der polder van der Eijgen op de Clopschouw, en geloften te doen voor de dijkvakken die behoren aan de Armen.

Schepenen: Gerit van Gogh, Peeter van de Ven, Hendrik van Bakel, Jan Ruijs en Paulus Govers.

 

Blz 9 dd 21 juni 1760

Schepenen machtigen Peter van de Ven, mede schepen alhier, voor de klopschouw, zoals boven omschreven.

Schepenen: Gerit van Gogh,Hendrik van Bakel, Cornelis van Gemonde en Paulus Govers.

 

Blz 11 dd 30 juni 1760

Schepenen machtigen W Aenhuijs, drossaert alhier en Peter van de Ven, onze president, om op dinsdag 1 juli 1760 naar de kwartier vergadering in Osch te gaan.

Schepenen: Gerit van Gogh, Peter van de Ven, Hendrik van Bakel, Cornelis van Gemonde, Jan Ruijs en Paulus Govers, JD Cremers

 

Blz 12 dd 30 jun i 1760

Schepenen machtigen Willem Aenhuijs, drost om dat er een gecommiteerde gevonden moet worden, volgens de tourbeurt, tot waarneming van alle kwartierzaken,

Schepenen: Gerit van Gogh, Peter van de Ven, Hendrik van Bakel, Cornelis van Gemonde, Jan Ruijs en Paulus Govers, JD Cremers

 

Blz 13 dd 30 juli 1760

Schepenen verklaren op verzoek van Zeger Joosten van der Poel, dat hij het ongeluk heeft gehad op 22 juni 1760, door een onweer van donder en weerligt dat het huis waar hij in woonde naast zijn schoonzoon Claas Swanenberg en de Coster Gerardus van Sinderen, in de brand geraakt en tot asse verteert, er is weinig gered kunnen worden van de inboedel, ondanks alle hulp en ook door de weerligt in de stal 4 a 5 schapen sijn gedood, ze zijn allemaal buiten staat geraakt de kost te verdienen. Het afgebrande huis met sijn land groot 18 lopens en 16 roeden genaamd de Haag , is belast met een jaarlijkse rogpacht van 10 sacken rog aan het gemeene land ten comptoir van de Heer Rentmeester Tengnagel, Van der Poel is niet in staat het huijs weer op te bouwen, had nog enige vaste goederen aangekomen die ook belast zijn met capitaal en rogpachten, waardoor openbare verkoop weinig zoude opleveren,

Tekenen: Schepenen Gerit van Gogh, Peter van de Ven, Hendrik van Bakel, Cornelis van Gemonde.

 

Blz 16 dd 30 juli 1760

Verklaring dat Rijk van den Blommenberg koster en schoolmeester alhier dat bij de examinatie van de conclusieve rekeningen over Nuland over de jaren 1694 tot 1756 is betaald een som van 48 gulden voor corporeele diensten, 

Tekent: W Aenhuijs, Peter van de Ven en Gerit van Gogh, Poulus Govers, Hendrik van Bakel, Cornelis van Gemonde, Jan Ruijs, JD Cremers secr.

 

Blz 17 dd 6 aug 1760

Gerrit van gogh wordt gemachtigd om op donderdag 7 augustus te gaan naar de Raad van Staten van de Verenigde Nederlanden tot het doen der verpachtingen der Gemeene middelen

Tekenen: Peter van de Ven, Gerit van Gogh, Poulus Govers, Hendrik van Bakel, merk Johannes Verstege, Cornelis van Gemonde.

 

Blz 19 dd 25 februari 1761

Compareert Hendrik Ermert van Nuland, inwoner alhier, verklaart dat hij in 1759 heeft gehuurd van de Heer Arpeau een perceel hooi of weiland, groot 4 morgen genaamd den Hoogen Camp tans toebehorende de Heer Jean Gorge van Crohnem, die het kocht van Arpeau met de heerhuijsinge genaamd Duijnendaal , voor de som van 24-0-0 en 4 coppele hoenders, sonder dat hij enige lasten hoefde te betalen,

Tekenen: Hendrik van Nuland, Schepenen: Gerit van Gogh, Paulus Govers, JD Cremers, secr.

 

Blz 20 dd 25 februari 1761

Compareert Schalk van de Ven die verklaart op verzoek van JG van Crohnem dat hij in 1759 van de Heer Arpeau heeft gehuurd een perceel hooi of weiland groot 9 mergen, 3 hont hooiland, 8 hont weiland allen gelegen te Nuland en dorpe van Rosmalen, voor 80 gulden en van iedere mergen een coppel hoenders en het mergengelt van voor lant, zonder enige verpondingen te hoeven betalen,

Tekent:  Schalk van der Ven. Schepenen: Gerit van Gogh, Paulus Govers, JD Cremers, secr.

 

Blz 21 dd 14 april 1761 / 29 april 1761

Hendrik Janse van Rosmalen, Antony van de Mortel als gehuwd met Johanna Jansen van Rosmalen, Jan Arien Raaijmakers als gehuwd met Maria Janse van Rosmalen, kinderen en erfgenamen van Jan van Rosmalen, wonend te Vechel, ….. en Litthoijen, verkopen perceel teulland met opgaande bomen en houtwas, groot 4 lopens en 37 roeden, genaamd den Hoogen Camp, oost de Armen van Geffen, west Jan van Erp, zuid idem, noord Creijn de Veer, hoogsel gaat uit in herberg van Toon Hanegraaf, belast met ¼ deel in capitale last van 600 gulden aan de erfgenamen van de Heer Suijskens, vergolden werdende met Creijn de Veer, aan de armen van Geffen een schepen en een kom rogge, 0-15-4 aan de kerk van Geffen, beiden in een meerdere pacht met de Veer. Hij zal profiteren van de huur van het land 2-10-0.

Ingezet door Creijn de Veer voor 5-5-0, afgehangen tot 7-0-0 door Jan Arien Raaijmakers, inwoner van Vechel, stelt nog 2 slagen, 1 slag Crijn de Veer en nog 3 slagen,

Merk Creijn de Veer,

Tekent: Jan Adriaens Rademakers, merk Hendrik Jansen van Rosmalen, merk Hendrik Antony van de Mortel,

Schepenen: Gerit van Gogh en Paulus Govers

 

Blz 35 dd 6 mei 1761

Compareert JG van Crohnen, Heer van Duijnendaal, en Mevrouw Aletta Johanna van der Wall, zijn huisvrouw, die machtigd haar broer Jan Jacob van der Wall, om in haar opdracht te verkopen een stuk grond in de provincie Uijtregt, bestaande uit Huisinge, landerijen, hoeve hooi en weilanden, verkregen uit erfenis van mejuffrouw  Alletta Johanna van Noortweijk,

Tekenen: JG van Crohnen, AJ van Crohnen geboren van der Wall.

Schepenen: Paulus Govers en Gerit van Gogh.

 

Blz 37 dd 11 mei 1761

Compareert Hendrik van de Ven, inwoner van Nuland, benoemd tot voogden na zijn overlijden van de onderste drie kinderen Hendrina, Megteldje en Margaritha van der Ven, de onmondige broeders Peeter en Johannes van der Ven.

Tekent: Hendrick van der Ven.

Schepenen: Gerit van Gogh, Paulus Govers, JD Cremers, secr.

 

Blz 38 dd 27 mei 1761

Compareert Gerardus van Sinderen, vorster die geauthoriseert door de collecteur Johannes Marsmand d.d. 20 mei 1761

-       huijs en land groot 2 lopens en 16 roeden aan het Ven,

-       3 lopens en 36 roeden op de Ackers

-       4 lopens en 12 roeden aldaar

-       Zijn nieuwland

-       1 lopens bij het huijs

-       3 lopens en 12 roeden op de Ackers

-       3 lopens bij de Smit

-       ½ van 13 hont

-       ½ van 13 hont

Staande ten name van Zeger van de Poel, vanwege een schuld bij de bede en verpondingen over het jaar 1759,

Tekenen: Gerardus van Sinderen.

Schepenen: Peeter van de Ven, Gerit van Gogh, JD Cremers secr.

 

Blz 41 dd 24 juni 1761

Schepenen machtigen Willem Aenhuijs drossaard van Nuland en Peeter van de Ven, onze president voor de kwartiervergadering te Os op 25 juni 1761

Schepenen: Gerit van Gogh, Hendrick van Bakel.

 

Blz 42 dd 21 juli 1761

Ondervraging op verzoek van de Heer Advocaat Fiscaal C.T. Kleenefelt NO voor zijne vorstelijke doorluchtigheid van Pals,

  1. Hendrik Janse van Creij,
  2. Jenneke Swanenberg, zijn vrouw
  3. Jan van Sleeuwen
  4. Peternella Dirk van Vlijmen

Allen van boeren afkomst wonend te Nuland

Ze verklaren dat er een diefstal is gepleegd in de nacht van 26 op 27 mei 1761 in het huis van Hendrik van Creij, en het huis van Jan van  Sleeuwen, buurman van van Creij. Van Creij verklaart dat er die middag twee jonge mannen aan zijn huis kwamen, die vroege of hun pijp aangestoken kon worden.

De een van middelmatig postuur en blond van haar, met een wit camesooltje aan,  en de ander zwart van haar  en kort van postuur, met een donker grauw rokje, ongeveer 20 jaar oud.

1, verklaart dit en 3 en 4 verklaren dat sij een pijp toeback aangestoken hadden en na weijnig vertoeven weggegaan zijn.

1 verklaart dat de blonde tot in huijs bij de vuurhert is gekomen, middelerweijlen tijts bleef de andere met swarte haaren staan aan de middeldeur van de woning van Hendrik van Creij.

De blonde had een linde zakje bij zich op zijn schouder, 1, 3 en 4 hebben dat gezien, maar weten niet wat erin zit.

De nacht daarop zijn beide buurmannen bestolen, doordat er door de muuren van het huijs door gebrooken was. ’s Morgens vonden ze de gaten in de muren en de deuren open, al weten ze niet hoe het gedaan is.

Gestolen was er bij van Creij:een ledige kist, 3 broecken (waaronder 1 van de knecht), 2 vrouwenrocken, een scholks een hoet toebackdoos, 11 stuijvers en enige duijten gelt. Geschatte waarde: 15 gulden

Bij van Sleeuwen: uit haar kist gehaald 8 hemden, 3 slaaplackens, een gestreepte en een witte das, 3 treekmutse, 3 voorschooten, 1 stoffe rock, 1 jack, 2 witte neusdoecken, enig kindergoet, een stuck speck en een sack. Geschatte waarde: 25 gulden.

Toon van Erp de knecht van Hendrik van Creij had verschillende goederen van de personen die daags tevoren in de huizen waren geweest, afgenomen en gerestitueerd.

Tekenen: Hendrick van Kreij, Jenneke Swanenbergh, merk Jan van sleuwe, merk Peternella Dirks van Vlijmen,

Schepenen: Gerit van Gogh, Paulus Govers, JD Cremers, secr.

 

Blz 55 dd 18 augustus 1761

Schepenen machtigen de president Peeter van de Ven, om op donderdag 21 augustus te gaan voor de verpachting van de gemeene middelen,

Schepenen: Peeter van de Ven, Gerit van Gogh, Cornelis van Gemonde, Hendrik van Bakel, Jan Ruijs, merk Johannes Verstegen,

Blz 56 dd 17 augustus 1761

Schepenen verklaren op verzoek van Jan van Vugt, inwoner van Rosmalen, dat onlangs te Nuland zijn moeder Elisabeth Govers is overleden, in leven weduwe van Jan van Vugt. De boedel is met verscheijde schulden belast

Nagelaten goederen:

-       huijs met een halve hof binnen Nuland

-       akker teulland met houtwas te Osch gelegen

-       4,5 hont gelegen aldaar genaamd de Langendonck

-       5 hont onder Kessel aan de derde steeg

Er wordt aangemerkt dat er een zus is, Geurtje van Vugt, 23 jaar maar niet voor meerderjarig kan aangemerkt worden, verzoek toestemming om haar 9e part mede publiek te mogen verkopen, met positief advies van Hendrik van Vugt en Gerardus Adriaan Hoefs, naaste vrienden, zo wordt Paulus Govers aangesteld om haar te vertegenwoordigen.

Schepenen: Peeter van de Ven, Gerit van Gogh, Cornelis van Gemonde, Hendrik van Bakel, Jan Ruijs. JD Cremers, secr.

 

Blz 59 dd 26 augustus 1761 / 9 september 1761

Condities waarop Adriaan van Vugt, Gijsbert van Vugt, Jan van Vugt, Dirk van Vugt, Maria van Vugt, Gerrit van de Poel als gehuwd met Cornelia van de Poel, johannes Marsman procuratie hebbende voor Peter van Vugt volgens authorisatie voor Notaris Cornelis Brouwenaar, binnen Den Haag, dd 17 juli 1761, Paulus Govers geauthoriseert voor de onmondige dochter Geurtje van Vugt, volgens acte dd 17 augustus 1761, allen kinderen en erfgenamen van Jan van Vugt verwekt bij elisabeth Govers, en inwoners van Den Bosch, Geffen, Rosmalen en Nuland. Volgende de diverse condities.

Verkopen de volgende perceelen land:

-       Huis en aangelag, groot ca. 47 roeden, thans gereserveert de Smits, met opgaande bomen, en houtwas, oost Adriaan Hanegraaf c.s., west de straat, zuid Jan Lammert Peters, noord de Roomse Gemeente, ingezet door Dirk van Vugt voor 540 gulden, afgehangen tot 576 gulden doorde inzetter. Nog 25 slagen, later nog 5 slagen.

-       14 vaate Teulland binnen Osch genaamd de Vlashoeck, oost Dirk van Heumen, noord de Gemeene straat. Ingezet door Johannes Marsman op 830 gulden, afgehangen tot 872 gulden door Huijbert Gijsbert Spierings, nog 20 slagen, nog 4 slagen.

-       4,5 hont weiland gelegen te Osch genaamd Langendonck, oost de Osse Wetering, west de Langendonkse dijck, ingezet door Huijbert Spierings op 92 gulden afgehangen op hetzelfde bedrag. Verklaart de koop gedaan te hebben voor zijn vader Gijsbert Speirings,

-       5 hont hooi of weiland onder Kessel, genaamd van ouds de Breeden Aart, oost Jan Blankers, west Joost van de Eng, noord de Derde steeg, ingezet door Paulus van Vugt inwoner van Geffen op 60 gulden en afgehangen tot 62 gulden door de inzetter, bog 10 slagen.

Tekenen: Poulus van Vugt, Gijsbert van Vucht, Jan van Vught, Adriaan van Vugt, Dirk van Vugt, Marie van Vugt, Geerit van de Poel, Paulus Govers, J Marsman,

Schepenen: Peeter van de Ven, loco officier Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel.

 

Blz 83 dd 2 september 1761

Compareert Jacob Dirk Cremers, erfsecretaris van Nuland, verklaart uit handen van Jacobus Langens, als coper van een deel van de geexecuteerde verkochte goederen door duerwaarder Gerardus van Senderen, ontvangen te hebben 730 gulden. Van Zeger van de Poel 375 gulden,

Tekenen: JD Cremers,

Schepenen: Peter van de Ven loco secr, Gherit van Gogh, Hendrick van Bakel.

 

Blz 84 dd 19 maart 1762

Compareert Hendrik van de Ven, weduwnaar van Aaltje Jansen van Lith, inwoner van Nuland, die verklaart tot voogden van zijn 3 onmondige kinderen te benoemen zijn zonen Peter en Johannes van der Ven.

Tekenen: Hendrick van de Ven,

Schepenen: Gerit van gogh, Paulus Govers, JD Cremers, secr

 

Blz 85 dd 24 maart 1762 borgbrief

Alhier uit wettige ouders geboren Jan Dirks van Mil, gaat trouwen in Schiedam,

Tekenen: schepenen Gerit van Gogh, Jacobus Langens

 

Blz 86 dd 1 mei 1762

Compareert Jenneke Lambert de Wert, weduwe Willem van Vlijmen, inwoner van Nuland, die verklaart tot voogden over

Haar 2 onmondige kinderen te benoemen Lambert van Vlijmen ( zoon)  en Peter van Bocxtel (schoonzoon)

Tekenen: merk Jenneke Lambert de Wert

Schepenen: Jacobus Langens, Paulus Govers, JD Cremers, secr.

 

Blz 88 dd 27 mei 1762

Compareert de Heer Rudolf van Engelen, procuratie hebbende voor zijn vader de Heer Willem van Engelen, inwoner van Den Bosch, verhuurt aan Jan Hack wonend te Dinther, zijn hoeve en landerijen te Caathoven, van ouds genaamd Heijsigt, bestaande uit huisinge, stalingen, schuur, schaapskooij, berghof met teul, hooi en weiland, daar aan gehorende en nog 16 hont hooiland aan de Kesselse Graaf, 10 hont hooiland opt voorst en middelst Nuland, 2 mergen hooiland inde Bleek onder Heeswijck, hooiland in de Geercamp onder Nuland. Dit voor de tijd van 8 jaar, voor 60 gulden op St Maartendag, 8 zakken leverbare rogge, 8 zakken boekwijt, 2 zakken haver, alles te Den Bosch, vrij op de solder of op de mart te brengen, verder een goed verkens van 125 pond zwaarte in november 1762 en 60 pond meijereijse boter in mei 1763, 6 vimmen dakstro tot 2000 pond te verdekken op het genoemde huijs, met betaling van de dakdekker door de Heer, maar de cost door de huurder, als hij schapen gaat houden elk jaar een suijglam, met de zorg dat het houit en het plantsoen geen schade lijdt door de schapen. Verder te leveren 20 karren mest, verder blijft het schaarhout aan de verhuurder en een streep land in de Vogelsangh, jegenswoordig met eijkelen besaijt of met jonge eijke bepoot.

Idem de kelderkamer beneede Caamer zo onder als boven, ook huijshof en duijvenhuijs met de duijven en mist, het cleijn soldertje boven de keldercamer met het kookhuijs, verder het Coetshuijs en stallingen, de binnenhof met de vrugten vandien, sullen de vrugten van beijde bogars half en half genoten en geprofiteerd werden, hij mag in geen geval den berg of een van de landerijen door een andere laten beleggen of gebruiken, de hoevenaar zal genieten het schaarhout beginnende achter de schuur neffens de buijten poterije in den Hogen acker, het hout in den eijkenwal en in de Vogelsangh, rondsom den bogaart.

En sal alle jaren 1/5e deel mogen cappen – waarvoor de hoevenaar sal moeten graven alle slooten rondom de hoeve - .

De huurder betaald alls dorps en lanfslasten ook de buitengewone. Bij scheiding zal de huurder het land moeten besaaijen met 2/3 deel wintertarwe, 1/3 zomercoorn, de groes mag niet gebroken worden van de drie strepen, de eerste beneffens de Havercamp, de tweede sijnde de derde streep van den somerdijck en de derde of voorste in de 7 strepen, zo ook niet van de voorste dreef.

Tekenen: Rudolph van Engelen, Merk Jan Hacken,

Schepenen: Jan Ruijs en Paulus Govers

 

Blz 95 dd 22 juni 1762

Schepenen authoriseren Willem Aenhuijs en Gerit van Gogh, om op zaterdag 26 juni de kwartiervergadering te Osch bij te wonen.

Schepenen: Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, Jan Ruijs, Adriaan Weijgergans, Jacobus Langens en Paulus Govers.

 

Blz 96 dd 22 juni 1762

Schepenen verklaren dat omdat het rentmeesterampt deses kwartier bij toerbeurt aan dese HH competeerd voor de tijd van 2 jaar, ingaande 1762 en committeren daarvoor Willem Aenhuijs, drossaard deser HH.

Schepenen: Hendrik van Bakel, Lambert van Bocxtel, Gerit van Gogh, Jan Ruijs, Adriaan Weijgergans, Jacobus Langens en Paulus Govers.

 

Blz 97 dd 24 juni 1762

Compareren Marcelis Quacq, Piet Coenrade, Jan Lavoir, Adriaan Peter Beckers, Hendrik den Oetelaar, Noorbertus Cluijtmans, Piet Hoos, alle rotmeesters – afgetreden en in functie zijnde – van Rosmalen, verklaren dat de bediening van een rotmeester alleenleijk daarin bestaat om als aan de soogenaamde gemeene Heijdijck die het dorp Rosmalen tegen het afcoomende Peel en ander water deckt en tot het schoonhouden van gemeene wetering tussen Berlicum en Rosmalen loopende van Nieuwland af nederwaars en waarvan de ene helft door Berlicum en de andere helft door Rosmalen moet worden onderhouden, en de gemeene heerbaan moet worden gearbeijd , daarvan de lieden van het rot waarschouwen en of sij met hun paard of in persoon met een schup tot het gemene werk moeten komen. Als het uur van werken is gekomen blaast de rotmeester op zijn hoorn. Bij niet komen staat er een boete zoveel als iemand met kar en paard of een arbeider op een dag zal kunnen verdienen. Verder bij Brand en als er vagebonden mochten worden ontdeckt en dus noodzakelijks is dat er werd gewaakt, de rotmeester geeft de wachttijden aan. Iedere rotmeester heeft alleen in zijn rot iets te zeggen. Het dorp Rosmalen is verdeelt in 6 rotten: Heesend, Kerkenhoeck, Sprokkelbosch, Meulenhoeck, Hintum, Kruijsstraat.

Ze verklaren nooit een reglement van de huidige regering of hun voorsaten hebben gekregen, geen authorisatie of order tot het doen van geloften voor deijken of andersinds. Verder dat de dijk van Orten onder Vrijdom van Den Bosch – waarover tans questie is geresen – tussen de gecommitteerden van de polder van der Eijgen en de regenten van Rosmalen, allenig de dorp van orten en de landerijen in de polder van der eijgen voor het overlopende water bevrijdt en dat het dorp van Rosmalen selfs een dijck heeft welke dat dorp tegens het water van de polder deckt. En door de daaraan geërfden werd onderhouden.

Tekenen: Norbertus Kluijtmans, Marcelis Quack, Peter Coenraat, merk Adriaan Peter Beckers, merk Jan Lavoir, merk Hendrik van den Oetelaar, merk Piet Hoos,

Schepenen: Gerit van Gogh, Jacobus Langens, JD Cremers, secr.

 

Blz 102 dd 14 juli 1762

Onder condities volgt een openbare aanbesteding door de schepenen, waarvan publicatie wordt opgehangen in Den Bosch, Rosmalen, Berlicum en Nuland het collecteren van slands verpondingen, beede en gemeene middelen, voor 3 jaar , ingaande de verpondingen en beede 1 jan 1762 en de gemeene middelen op 1 oktober 1761,

-       hij zal bij een executie de vorster moeten gebruiken

-       een deurwaarder krijgt niet meer dan een vorstersalaris en met goedkeuring van de regenten

-       8 sitdagen per jaar om de penningen ineen te innen

-       goede administratie voeren en gelden overdragen aan slands Regering

-       de betalers moeten een goede rekenign krijgen

-       eventuele schade door onjuist betalen aan het comptoir wordt verhaald op de collecteur

-       geen executie zonder dat er eerst een lijst aan de regenten gegeven is

-       etc, etc

ingezet op collecte voor 5-10-0 door Jacob Dirk Cremers en 2 slagen.

13 juli: 2 slagen door Johan Hendricks Moren

14 juli 1 slag Johannes Marsman

idem 2 slagen Adriaan van Alst

1 slag Johannes Marsman

2 slagen Adriaan van Alst

1 slag Johannes Marsman

Lambert van rooij 1 slag

1 slag Johannes Marsman

Lambert van rooij 1 slag

1 slag Johannes Marsman, stelt tot borg Heer Willem van der Horst, Johannes Marsman, inwoners den Bosch

Tekenen: J. Marsman. J Marsman, W van der Horst

 

Blz 113 dd 25 augustus 1762

Schepenen machtigen Gerrit van Gogh onze president, om op donderdag 26 augustus 1762 voor het verpachten van de gemeene middelen.

Schepenen: Paulus Govers, Lambert van Boxtel, Adriaan Weijgergans, Hendrik van Bakel, Gerit van Gogh, Jacobus Langens.

 

Blz 114 dd 8 september 1762

Compareren Lambert Willems van Vlijmen,

Peter van Boxtel, gehuwd met Willemeijn Willems van Vlijmen,

Seijke Willems van Vlijmen,

Dirs Willem van Vlijmen, inwoners van Nuland en Rosmalen, kinderen van Willem van Vlijmen en Jenneke Lambers de Wert, in leven inwoners van Nuland, komen tot een erfdeling:

Eerste lot: Lambert Willems van Vlijmen

-       Huijs en aangelag in Heesvinckel onder het dorp van Hees, oost , zuid en noord de gemene straat, west de Heer Johannes van Keulen,

-       3 strepen gelegen over de straat oost Willem Janse, west Peter van de Wetering, zuid de Wetering, noord de straat

-       4 stukken gelegen als voor genaamd op het Groot Staal, oost Antony Bunthof, west de Heer Johannes van Keulen, zuid Cornelis van Rooij, noord Marcelis van Dongen,

-       4 stukken gelegen als voor genaamd opt Kleijn Staal, oost de gemeene weg, west Cornelis van NN, zuid Peter van den Acker, noord Leendert van den Acker,

-       Perceel hooi of weiland gelegen als voor oost en zuid Heer Johannes van Keulen, noord de gemene weg, west Bartel van der Ven,

Hieruit jaarlijks 6 gulden Baselaarspagt, 8 stuijvers St maartens chijns, aan 3e lot 100 gulden en aan 4e lot 100 gulden,

2e lot: Peter van Boxtel

-       perceel teulland onder Hees genaamd Bunthofsstreep, oost Marcelus van Dongen, west Toon van de Wetering, zuid de Gemeene weg, noord Aart Verhoeven

-       2 streepkens teulland genaamd de Greefkens, oost Peter van den Acker, west Bartel van der Ven, zuid en noord de gemene weg

-       5 stukken gelegen als voor genaamd de Heijkomkens oost Adriaan van der Rat, west de gemene weg, zuid Peter van de wetering, noord Geffense gemeente

Te betalen aan 4e lot: 50 gulden,

3e lot: Seijke Willems van Vlijmen

-       huis en aangelag groot 40 roeden te Nuland, oost Jan Lambert Peters, west gemeene straat, zuid Francis Ploegmakers, zuid weduwe Hendrik van de Ven

-       3 lopens en 40 roeden teulland gelegen alhier aan den Asberg oost de Heer Nagelmakers, west erfgenamen Gerardus Beijvelt, zuid de straat,

-       Den houtwas gelegen aldaar

-       4,5 hont hooi of weiland te rosmalen in de Rosmalense Hoeve, oost en noord de Heer Pardijks, west de erfgenamen Mevrouw van den Berg, zuid Vosbergen Campen,

Hieruit een coornpagt van 1 zak rogge aan Geestelijk comptoir van Tengnagel

Van het eerste lot 100 gulden.

4e lot: Dirske Willems van Vlijmen

- 5 lopens en 7,5 roeden  teulland te Nuland, oost Adriaan van Creij, west idem, zuid Gerit van Gogh, noord het Ven

- van het eerste lot 100 gulden en van het 2e lot 50 gulden

Tekenen: Lambert Willems van Vlijmen, Peeter van Boxtel, Sophia Willem van Vlijmen, Dirs van Vlijmen

Schepenen: Jacobus Langens en Paulus Govers

 

Blz 125 dd 25 augustus 1762

Compareert Gerit van Gogh, regerend president schepen

Hendrik van Bakel, Jan Ruijs en Lambert van Boxtel , regerend schepenen alhier

Jan van Creij, Antonie Vorstenbosch, oud schepenen

Adriaan willems van Creij, oud president

Verklaren dat Andries Voets voor de tijd van 5 jaar in deze HH gewoond heeft en nooit rusie gemaakt heeft, etc.

Tekenen: Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, Jan Ruijs, Lambert van Boxtel, Adriaan willems van Creij, Jan Jansen van Kreij, Antonie Vorstenbosch,

Schepenen: Jacobus Langens en Paulus Govers, JD Cremers secr.

 

Blz 126 dd 12 oktober 1762

Verzoek van Pieternella Roelof Jongens? Weduwe van Welle van der Poel, inwoner van Geffen, voogd van haar minderjarige kinderen wil publiek verkopen het aandeel van de kinderen aangestorven van hun grootvader Zeger van de Poel, vraagt nu toestemming met positief advies van Roelof Lambers van Hees en Welle Hendrik van de Ven, inwoner van Nuland en Geffen, en naaste bloedverwanten,

Schepenen: Gerit van Gogh, Hendrik van Bakel, Jan Ruijs, Lambert van Boxtel, Jacobus Langens en Paulus Govers.

 

Blz 130 dd 27 oktober 1762

Condities voor de verkoop door Gerrit van der Poel, Jan van der Poel, Joost van der Poel, Antony Blommers gehuwd met Maria van der Poel, Hendricus Spierings gehuwd met geertruij van der Poel, Claas Swanenberg gehuwd met Hendrina van der Poel, Peternella Jangens weduwe Welle van der Poel, gemachtigd door de Schepenen alhier dd 10 oktober 1762 , alle kinderen en kindskinderen van Zeger van der Poel, alle inwoners alhier, Geffen, Orthen , volgen de condities (…)

Verkopen percelen land alhier onder Nuland.

Eerste coop:

-       een van nieuws opgetimmerte huijsinge met een schuur daarbij staande en aangelegen land , groot 18 lopens en 16 roeden, alhier te Nuland genaamd de Haage , met sijne opgaande eijken en andere bomen en houtgewassen.

-       Perceel teulland, 2 lopens en 36 roeden, gelegen als voor, en genaamde de Lage Hagen, met sijne eijke en andere bomen en houtgewassen. Koper moet de huurder aanvaarden: Gerrit van der Poel, Te vergelden 2 stuijvers tot St Maarten –chijns aan het chijnsboek van de Vrouwe van Geffen , ( overdrachtkosten 31-1-0), Ingezet door Gerrit van der Poel op  950 gulden, afgehangen tot 980 gulden door Claas Swanenberg inwoner alhier, doet nog 50 slagen, later nog 15 slagen, tekent Klaas van Swanenbergh

Tweede coop:

-       huijs en aangelag groot 1 lopens en 25 roeden staande bij het voornoemde huis met sijn bomen en houtgewas, nu in gebruik door Antony Blommers, koper moet de huurder aanvaarden, (overdrachtskosten 10-6-8), ingezet door Gerrit van der Poel op 174 gulden met 4 slagen, verklaart deze koop gedaan te hebben voor Hendricus Jan Bos, inwoner alhier.

Derde Koop:

-       13 hont hooiland voor en te midden opt Nuland, te vergelden een coornpacht van 2 vaten rogge aan het geestelijk comptoir van Tengnagel, in een meerdere pacht met Leendert van de Goor, aan wiens huis hetzelve moet worden gebracht (overdrachtskosten 16-10-8), Ingezet door Gerit van der Poel op 312 gulden, gemijnt op 314 gulden door Hendrik Jansen van Creij, ten behoeve van Goijert Swanenberg, inwoner alhier, nog 10 slagen, tekent Hendrik Jansen van Kreij

Vierde Coop:

- 2 mergen hooiland te langs overt Nuland, 280 gulden afgehangen, door Geerit van der Poel, 

Vijfde Koop

- 3 mergen hooiland gelegen opt Agterst Nuland, genaamd Eijkeman, ingezet door Gerrit van der Poel, 205 gulden, gemijnt op 220 gulden door Hendrik Ermert van Nuland, nog 15 slagen

Zesde Coop:

-       7 hont hooi of weiland in de gemeene hoeve onder Nuland, ingezet door Gerrit van der Poel op 65 gulden , gemijnt op 72 gulden door Paulus Govers, en 2 slagen,

Zevende Coop:

-       3 hont hooi of weiland opt Agterst Nuland, ingezet door Gerrit van der Poel op 30 gulden, gemijnt door Jan Joosten Hanegraaf op 34 gulden, 2 slagen

Tekenen: merk Jan Hanegraaf, Geerit van der Poel, Jan van der Poel, Joost van der Poel, Antoni Blommers, Hendrikus Spierings, merk peternella van der Poel,

Schepenen: Gerit van Gogh, loco officier, Jacobus Langens, Paulus Govers.

 

Blz 162 dd 25 oktober 1762

Schepenen verklaren op verzoek van Johan Francis Verbeek, mr. Chirugijn en inwoner alhier, heeft hier een 6 tal jaren gewoond en “in sijne ….sig treffelijck gequeeten heeft en aan vele personen soo uijterlijk als innerlijck gebreecken en siekten geneesinghe heeft toe gebracht als mede verscheijde die in groote nood van baaren waren en niet verlossen konde, door sijn hulpmiddelen een spoedige verlossing heeft gebracht

Tekenen: Schepenen Gerit van Gogh, Jacobus Langens, Paulus Govers, Lambert van Bocxtel, Hendrik van Bakel, Adriaan weijgergans,  JD Cremers, secr.

 

Blz 163 dd  29 januri 1763

Schepenen verklaren op verzoek van JG van Crohnen dat alhier geen register of cohier der beede gehouden werd, maar dat voor beede werd geheven 1/5 van een verponding en dat over alle de vaste goederen in de verponding contribuerend uitgenomen van den molen die geen beede en tienden betaald

Tekenen: Schepenen Gerit van Gogh, Jacobus Langens, Paulus Govers, Lambert van Bocxtel, Hendrik van Bakel, Jan Ruijs, Adriaan weijgergans.

 

Blz  164 dd 12 februari 1763

Compareren Paulus Govers, regerend schepen en Adriaan van der Rakt, ooms en naaste bloedverwanten van een onmondige zoon, genaamd Antony Govers, zoon van Peter Govers in wettige huwelijk verwekt bij Anneke Teunissen van der Putten, in leven inwoners van Nuland, aangesteld tot voogd.

Tekenen: Adriaan van der Rakt, Paulus Govers,

Schepenen: Gerit van Gogh, Jacobus Langens, Jan Ruijs, loco secr.

 

Blz 166 dd 24 februari 1763

Condities waaronder Marcelis Quack, Paulus van Grinsven, Willem Vorstenbosch, Claas Rijken, Jennemie Quack, weduwe Christiaan van den Bosch, sterk voor de absenten, erfgenamen van Maria Quack in leven inwoner van Nuland, verkopen nu publiek,

 

Eerste koop:

-       huis, schuer, backest, bogaert, angelegen teulland, groot 6 lopens en 37 roeden, gelegen aan het Marktveld, oost de gemeene straat, noord idem, zuid Heer van Nuland, west Marcelus Quack.

-       Perceel land groot 3 lopens, binnen Nuland, genaamd de Hoge Hoeff aan Schotsheuvel, oost Jacob Langens, west Hendrik Hanegraaf, zuid de Heer Markgraaf, noord Schotsheuvel, met zijn voorpotingen en houtwas,

Hier uit te vergelden aan comptoir van Tengnagel een rente van 15 gulden per jaar en 21 stuivers aan het blok van Hinthammereind, ingezet bij Marcelis Quack, 485 gulden, 15 slagen na het afhangen door de inzetter,

Willem Dirk Spierings slaag nog 15 slagen, later nog 2 slagen.

Tweede Koop:

Huis en land aan Schotsheuvel met voorpotingen en houtwas, oost en west de Heer van Willigen, zuid de Heer Markgraaf, noord het Schotsheuvel, jaarlijks te vergelden 14 stuijvers aan het St Teunisgilde alhier, ingezet door Paulus van Grinsven op 108 gulden, na afhangen nog 20 slagen door de inzetter, die de koop heeft gedaan voor Goijerd Crijnen. (tekenen beide)

Derde Koop:

1/3 in 4 hont voor opt Nuland met Juffr Ermers en Jan Meesters te Geffen, oost de Heer van Nuland, west den Armen van Geffen, zuid de Etteringsgraaf, noord de Wetering, voor elke hont 1 voet Kepkensdonkdijk onderhouden, ingezet door Paulus van Grinsven voor 56 gulden, 5 slagen na het afhangen door de inzetter,

Vierde Koop:

2 hont hooi of weiland gelegen voor opt Nuland, oost Peter van de Ven, west Hendrik Hanegraaf, zuid de Etteringsgraaf, noord de Wetering, onderhoud 2 voeten kepkensdonkdijk, ingezet door Dries van Groenland op 83 gulden, gemijnt door Hendrik Hanegraaf op 85 gulden, nog 10 slagen,

vijfde Koop:

2 hont hooi of weiland voor opt Nuland, oost Neerven c.s., west Schalk van de Ven, suid de Etteringsgraaf, noord de Wetering, onderhoud kepkensdonkdijk, ingezet door Willem Aenhuijs voor 80 gulden, nog 2 slagen na het afhangen,

zesde Koop:

8 hont hooi of weiland midden opt Nuland gelegen, oost Johannes Peer Teunissen, zuid de Neteringsgraaf, west Willem Vorstenbosch, noord het Agterste Nuland, onderhoud kepkensdonkdijk, ingezet door Cornelis van Tillart, voor 181 gulden, gemijnt door Jan Joost Hanegraaf voor 182 gulden, nog 10 slagen, Peter van de Ven slaat nog 5 slagen.

Zevende Koop:

1 mergen, de benedenste agter opt Nuland, beneden Schalk van de Ven, oost idem, west Heer Adrianus van Herck, zuid en noord hoefgraaf en agsterste graaf, ondrhoud Kepkensdonkdijk, ingezet door Adriaan Weijgergans, op 50 gulden, gemijnt door Dirk Spierings op 60 gulden, nog 10 slagen, Peter van de Ven nog 5 slagen

Achtste Koop:

1 mergen de bovenste agter opt Nuland, beneden Hendrik Tijssen, oost de kinderen Jan van Loon, zuid het Middelst Nuland, West Hendrik Hanegraaf, noord Den Hoefgraaf, ingezet door Hendrik Hanegraaf voor 57 gulden, gemijnt voor 61 gulden door Paulus Govers, met nog 9 slagen,

Negende Koop:

1 mergen hooiland, onder de Baronie van Kessel, int Veld genaamd Stroobroeck, met Jan Wouter de Haas, west Hendrik van Vugt, ingezet door Jan van Streijp op 26 gulden, nog 6 slagen na het afhangen,

Tiende Koop:

-       1 lopens en 24 roeden teulland gelegen te Rosmalen opt Heeseijnd oost Mevrouw van Geffen, west de Heer van Rijn, zuid Teuntje aant Hoog, noord een vaarweg,

-       item perceel alsvoor 1 lopens en 24 roeden, zelfde ringenoten, met houtgewas, maar het schaarhourt blijft aan de verkopers,

ingezet door Paulus van Grinsven, op 133 gulden , gemijnt op 146 gulden door de Weduwe Ermert van Nuland, nog 20 slagen. Tekent Helena Ermert van Nuland.

Elfde Koop;

Perceel teulland, groot 1 lopens en 17 roeden, genaamd “de streep in de Haag” oost de Heer Nagelmakers, west, zuid en noord Claas Swanenbergh. Ingezet door Paulus van Grinsven voor 142 gulden, nog 4 slagen na het afhangen door de inzetter,

Tekenen: merk Dirk Spierings, Paulus van Griensven, Hendrik Hanegraaf, Peeter van de Ven, Paulus Govers, merk Jan van Streijp, Helena Ermert van Nuland, Marcelis Quack, Merk Claas Rijken, merk Jennemie Quack, Willem van Vorstenbosch,

Schepenen: Jacobus Langens, Hendri van Bakel, loco secr. Gerrit van gogh

 

Blz 196 dd 21 april 1763

Schepenen verklaren op verzoek van de heer ontvanger generaal Theussinck, of zijn gecommiteerde Dhr. JD Santvoort, dat ze een stuk weiland, in 2 percelen genaamd De Bethmere, gehorende aan het comptoir der Beurse als boven genoemd, groot 8 mergen taxeren op 50 gulden bij opkomst doch onder water blijvende , kon men de waarde er niet van opgeven. Is gelegen in de Korte Hoeve, onder Nuland, alwaar het door de lage ligging verscheijde jaren onder water is gelopen, en de pachters er weinig of geen nut van hebben gehad, aan jaarlijkse lasten een bedrag van 24-19-12, verder onderhouden van Agterdijck en Hoefdijk, die momenteel slecht onderhouden zijn.

Tekenen: schepenen: Jacobus Langens, Hendrik van Bakel, loco secr., Gerrit van Gogh, Paulus Govers.

 

Blz. 197: dd 21 mei 1763

Compaereert Marcelis Qauck, Jan Bosch, Johannes Gloudemans die een eerdere verklaring voorlezen, dat ze 4 a 5 weken geleden hebben gedorsen in de schuur van van Sinderen, vorster 8 grote bedden met tarwe, ieder tussen de 30 a 40 gerwen. De 2e verklaart dat hij ook met de vorster gedorsen heeft ten tijde van de Nulandse Kermis, in 1761, 4,5 klein bedde tarwe,  alle voor van Sinderen.

De 1e verklaart dat de tarwe die ze dorsten van verschillende grootte was en gebonden was en dat het hem voorquam dat de tarwe op eenen acker niet gewassen was.

Ze verklaren samen dat de garwe verschillende gebonden waren, sommige in een draaibant en sommige in een ondersteek band, ze hebben de dors niet opgemaakt en zeiden tegen elkaar “daar konden wel 2 zakken uitkomen” , bedoelt werd uit de eerste 8 bedde.

De 2e verklaart ui de 4 kleine beddenm 1,5 vat gedorst te hebben.

De eerste twee verklaren tegen van Sinderen gezegd te hebben “is hier geen tarwe van de Baron, hoe komt gij aan zoveel tarwe? Waarop de vorster zei dat alle tarwe naar Duijnendaal was.

De 1e verklaart dat van Sinderen hem gevraagd had te helpen dorsen, dat hij maar 200 gerwen te dorsen had waar de tiend nog af moest.

De eerste 2 verklaren dat op 27 oktober de vorster naar het huijs van de Baron kwam en zei: “ik ben te nacht van pikken en snijden wel afgecomen” en zagen hem met een papier in het huis van de Baron gaan. Hij was zeer beschonken en dronken, want hij strampelde en swijmelde zo. De eerste zei tegen de tweede”hoe durft een zo dronken beest bij mijn heer te gaan, die zal hem de kamer uitschoppen.

De 3e verklaart dat op verzoek van de Baron zich vervoegt heeft bij Hendrik Mannaerts Cooperslager te Lommel, die zijn optrek vaak had bij Aart van Gestel, zijn vrouws vader  te Nuland, en tegen Mannaerts zei: de ketel die je aan de baron verkocht hebt, nu kun je je geld halen bij de Baron en heeft dit gezegd voor 1 oktober 1761 en kreeg tot antwoord “ik heb het den procuereur gegeven, ik kan daar niet meer aan doen. Gepasseert Rosmalen 28 december (?) 1761 in presentie van Abraham de Bock en willem Quack, getekent W Aenhuijs, Notaris.”

Na voorlezen blijven de mensen bij hun verklaring, tekenen Marcelis Quack, merk Jan Bosch, Jan Jansen Glaudemans,

Schepenen: Gerit van Gogh, Jacobus Langens, Hendrik van Bakel, loco secr.

 

Blz 202 dd

Schepenen authoriseren W Aenhuijs drossaard alhier en Gerit van Gogh, onze president schepen, voor de kwartiervergadering op 22 juni 1763 te Osch

Schepenen: Gerit van Gogh, Jacobus Langens, Paulus Govers, Hendrik van Bakel, Jan Ruijs, Lambert van Bocxtel, Adriaan Weijgergans, Hendrik van …. Loco secr.

 

Blz 203 Nieuwland dd 18 juni 1763 borgbrief

Alhier uit wettige ouders geboren Rogien Jan Nies van Gent, gaat wonen te Schiedam bij haren man Piet Palmers, met drie van haar kinderen met name Dirk, Dirris en johannes.

Schepenen: Gerit van Gogh, Jacobus Langens, Paulus Govers, Jan Ruijs, Hendrik van Bakel, loco secr.

 

Blz 204 dd 20 juli 1763

Schepenen machtigen Gerit van Gogh, onse president schepen, op 27 juli 1763 tegaan naar de verpachting van de lands middelen,

Schepenen: Gerit van Gogh, Jacobus Langens, Paulus Govers, Jan Ruijs, Hendrik van Bakel, Jan Ruijs, Adriaan Weijgergans, Lambert van Bocxtel.

 

Blz 205/206 leeg

 

Blz 207 dd 14 september 1763

Compareert Jan Tonie Hanegraaf, oud gesworene deser HH, Peter quack, herbergier, Hendrik Hanegraaf, Bertus Gloudemans, Antonie Blommers, Jan van der Dries en Elsje Nonnecamps zijn huisvrouw, verklaren op verzoek van Hendrik Mannaerts coopman in coperwerck,

1e: in de nacht tussen 26  ( Nulandse Marktdag) en 27 oktober 1761 als gesworene de vorster Gerard van Senderen geassisteerd heeft in het huijs van Peter Quack, in het bewaren van een gearresteerd paard, het welk de volgende ochtend uit arrest in ontslagen. Hij is de gehele nacht met de vorster daar gebleven, die smorgens tussen 8 en half negen vertrok, hij was toen zeer wel present. Ze hebben met 3 andere mensen de gehele nacht niet meer dan voor 2 a 3 stuijvers genever gedronken, ze hebben coffij of thee gedronken,

Peter Quack onderschrijft dit gehele verhaal en voegt eraan toe dat hij 2 verschillende keren verzocht is door de Heer Baron van Crohnen, Heer van Duijnendaal, te verklaren dat de vorster dronken was, dat hij daarop door wijlen de vorster W.  Aenhuijs verzocht werd bij hem te komen die hem een concept verklaring heeft voorgehouden waarin stond , dat de “vorster dronken was geweest”. Hij heeft steeds geweigert dit te tekenen, hij is steeds present geweest.

Hendrik Hanegraaf verklaart van Senderen op de ochtend van de 27e tegen te zijn gekomen, hij was present, sonder enige schijn van dronkenschap.

Bertus Gloudemans gehuwd geweest met Jennemie Tonis van Zoggel, dat hij vaak van zijn overleden huijsvrouw heeft gehoord dat van Senderen die 27e om 10 uur bij hun in huis is geweest en daarna ging naar het Casteel van Duijnendaal, en daarvan teruggekomen weer aangekomen is bij Gloudemans. Van Senderen had geen spoor van dronkenschap bij zich zei zijn overleden vrouw altijd. ( doorgestreept: van Crohnen zou zijn vrouw aangesproken hebben om een verklaring over dronkenschap van van Senderen af te geven)

Antonie Blommers verklaart dat hij op 27 oktober werkte op Casteel van  Duijnendal, en sprak met een presente van Senderen, die daarna het huijs binnenging, Even later naar buijten gekomen had hij een neusdoek voor een van zijn ogen. Blommers was graan aan het dorsen in de schuur van Duijnendal zoude gesegt hebben “dat is hier niet klaar, daar is tweeerleij tarwe”.

Jan van den Dries en zijn vrouw verklaren dat op 27 oktober in hun huijs kwamen de procureur Hendrik van Schaardenbergh en de Vorster Gerard van Senderen, en hebben gesproken over het doen van een dagement aan de Heer van Duijnendal, van Senderen ging met enige papieren in zijn hand naar Duijnendal. Teruggekomen deed hij verslag aan de procureur. Hij was beide keren zeer present.

Tekenen: Jan Antony Hanegraaf, Peeter Marcelus Quack, Hendrik Hanegraaf, merk Bertus Gloudemans, Antony Blommers, Jvd Dries, merk Elsje Nonnecamps,

Schepenen: Gerit van Gogh, president, Jacobus Langens, Paulus Govers, Hendrik van Bakel, loco secr.

 

Blz 214 dd Nieuwland  7 oktober borgbrief

Alhier van wettige ouders geboren Peter van Veggelen, gaat trouwen in Schiedam. De helft van zijn kinderen komt ook in aanmerking voor de armenkas, als ze tot armoede mochten komen te vervallen.

Schepenen: Gerit van Gogh, president, Jacobus Langens, Paulus Govers, Hendrik van Bakel, loco secr.

 

Blz 215 dd 7 oktober 1763

Compareren Quirijn de Veer en Hendrik van Gestel inwoners van Nuland, verklaren op verzoek van Hendrik Mannaerts, koopman in coperwerck,

De Veer verklaart dat Mannaerts van Lommel naar Nuland is geretourneerd op 11 oktober 1761, en heeft met Ruth van den Broek wonend te Geffen hem wesen verwelkomen, waarbij aan Mannaerts een glaasje jenever off sterke drank werd toegebracht, dat hij weigerde , omdat hij het “door zijn ziekte niet kon gebruiken”,

Van Gestel verklaart dat hij in de maand juni 1761 uit het woonhuijs van zijn vader  - waar Mannaerts residentei hield – naar Lommel is vertrokken vanuit Nuland, dat op de 20e september daarop volgend een bode naar zijn vader was gesonden met bekendmaking van de doodelijke ziekte van Mannaerts. Van Gestel vertrok naar Lommel en verbleef enige dagen in het huijs van Mannaerts, hij liet hem ziek achter in Lommel. In Nuland was hij eerder niet ziek. Op 11 oktober kwam hij terug.

Tekenen: Merk Quirijn de Veer, Hendrick van Gestel,

Schepenen: Jacobus Langens, Paulus Govers, Hendrik van Bakel, loco secr.

 

Blz 218 dd 7 oktober 1763

Compareert Hendrik van Schaardenbergh procureur voor dit gereght te Nuland, Gerard van Senderen, vorster alhier, Maria Peperkoorn huisvrouw van Gerard van Senderen, verklaren op verzoek van Hendrik Mannaerts

-       Schaardenbergh verklaart op 27 oktober naar het huijs van van Senderen te zijn geweest en een dagement heeft afgegeven om ter instantie van Hendrik Mannaerts te dagvaarden de Baron van Crohnem. Van Senderen ging er naar toe, bleef lang wegm de vrouw van van Senderen werd er achteraan gestuurd en kwam met hem terug, klagende dat hij door de Heer van Duijnendal was mishandeld. Van Senderen was niet dronken aldus van Schaardenbergh. Verder dat hij op 17 december 1761 aan van Senderen een opgaaf met kosten van requisitie van voldoeningen binnen 8 dagen heeft gegeven op Poene van rechtsmiddelen.

-       Van Senderen verklaart eerst snacht een gearresteerd paard te hebben bewaart, dat hij na acht uur was ontboden door de Heer van Schaardenbergh, en aldaar een dagement overhandigd kreeg in het huijs van Jan van den Dries en met de copie is gegaan naar Duijnendal, waar na een paar regels voorgelezen te hebben, het papier door de Baron af werd genomen en op de grond gegooid, dat het in zijn oog kwam, dat daarvan traande, van Crohnen ging vervolgens weg en de meijd Josijntje tegen hem zei” Mijn God, wat schort u van Senderen”.  De Heer heeft de copie van den Ketelbuter op de grond geworpen en ik kreeg het in mijn oog, terwijl hij weet dat ik dit niet zou doen als ik niet gezonden was. Zijn vrouw kwam hem halen, maar nam hem niet bij de arm en zei niet “komt voort, gij bent dronken, gij weet niet wat gij zegt, doet het op een ander tijd”. De vrouw pakte het dagement op en stak het in haar zak? Hij verklaart verder in het geheel niet dronken te zijn geweest. Op 17 december 1761 werd hem een memoritje ter hand gesteld door van Schaardenberg voor de Heer Baron met verzoek binnen 8 dagen te voldoen. Toen hij het de Baron gaf, zei deze: moet gij het niet voorlezen? Hij antwoordde dat hij het alleen hoefde af te geven met verzoek te betalen binnen 8 dagen, hij legde het op tafel. De Baron zei: men zal nog eerst met andere menschen daarover spreken, dat van Senderen in het jaar 1761 wel enig koorn van de Heer van Crohnen in zijn schuur heeft gehad, die door de bedienden van de Baron dar uijt zijn  gehaald, verder dat hij in 1761 meer dan 1 stuk land met tarwe geeft gehad,

-       Maria Peperkoorn, vrouw van van Senderen, verklaart het bovenstaande als waar en geeft ook aan dat zij hem niet aan de arm heeft meegenomen en dat hij dronken zou zijn geweest. Ze heeft het dagement niet in haar zak gestoken. Van Crohnen zei tegen haar “ben ik een man om zulke dingen t Huis te krijgen?  En zij antwoorden “neem het hem niet kwalijk hij moet het doen voor groot en klein”. Verder dat ze in 1761 wel enige granen van de Baron in de schuur hebben gehad, die er door de bedienden uit zijn gehaald, etc.

Tekenen: H van Schaardenbergh, G van Sinderen, merk Maria Peperkoorn,

Schepenen: Jacobus Langens, Paulus Govers, Hendrik van Bakel, loco secr.

 

Blz 228 dd 7 dec 1763

Compareren Welle van de Ven, Jan van der Ven, Roelof van de Ven, Gerit van de Ven, Hendrik van de Ven, Cornelis van de Ven, Dirk van de Ven maken erfdeling van de goederen van hun vader Hendrik Wellens van de Ven en eijmertje Gerits van Gemonde gewoond hebbende en overleden te Nuland

1e lot: Welle Hendriks van de Ven:

-       1/3 deel in 8 hont hooi of weiland onder Kessel in de Kesselse Hoeve gemeen met de erfgenamen Adriaan Bunthof, oost Joost Blankers, west de Armen van Maren, zuid Gerit Hak, noord de Tienwegh

-       4 hont hooi of weiland alhier opt Agterst Nuland, oost de Armen van Nuland, west de Heer van Crohnen, noord de Hoefdijk,

2e lot; Jan van der Ven:

-       2 lopens en 22 roeden Teulland, gelegen alhier op de Ackers, oost De Heer Nagelmakers, west Francis Ploegmakers, noord de Santstraat, zuid Gerit van Gogh,

-       1 lopens en 7 roeden Teulland, gelegen als voor, genaamd Dorde, oost en zuid Miggiel van der Ven, west en noord van Wiermont,

-       perceel houtwas gelegen alhier, in de goede coop, oost, west en zuid Heer van Nuland, noord Gerit Hanegraaf

3e lot: Roelof van de Ven:

-       huis en land onder Nuland, in t Vinkel, 3 lopens en 6 roeden groot, oost Dirk van de Ven, west weduwe Simon Bos, noord het Vinkel, zuid Hendrik van de Ven.

-       Perceel teulland gelegen te Geffen in de Litbergh, 47 roeden groot, met 11,5 roeden in het houtvelt aldaar, zijnde gemeen en onderdeelt met Gerit Hanegraaf

Belast met een jaarlijkse pacht van 5,5 vat rogge in een meerdere pacht aan Tengnagel.

4e lot: Gerit van de Ven:

-       1 lopens en 23 roeden teulland alhier aant Ven, oost Teuntje aant Hoog, west de kinderen Sis Weijgerganks, noord Jacobus Langens, zuid Paulus Govers,

-       2 mergen land onder Heeswijk, west de Heer van Hanswijk, noord Claas Heijmans, zuid Jacob France

5e lot: Hendrik Hendriks van de Ven:

-       perceel teulland alhier in de Nieuwe Kampen, oost de erfgenamen Juffr. Suijskens, west de Weduwe Simon Bosch, noord roelof van de Ven.

6e lot: Cornelis van de Ven:

- huis en land groot 1 lopens 45 roeden alhier in het  Helsenhoeks rot, oost Adriaan Hanegraaf, west de Gemeene straat, noord Francis Ploegmakers, zuijd Willemijn Gerits Bijvelt

- Perceel teulland alhier in den Leegen hoff, oost Jan Lammert Peters, west de gemeene straat, noord Niclaas aan t Hoog, zuid sijke van Vlijmen,raat, ers, west

Te vergelden 4 vaten rog in een meerdere pacht aan Tengnagel. en L:ee

 

 

erits Bijveljn oegmakers, groot 1 lopens 45 roeden alhier in Helsenhoek7e lot: Dirk van de Ven:

-       perceel teulland groot 3 lopens en 6 roeden in den NieuwCampen, oost Juffr Suijskens, west Roelof van de Ven, noord het Vinkel, zuid Hendrik van de Ven.

Tekenen merk Welle van de Ven,  

n, ert van de Ven, Roelef van de Ven, Geert van de Ven, Hendrik van de Ven, Cornelis van de Ven, dirk van de Ven,

Schepenen: Gerit van Gogh, Jacobus Langens, J Quirijns secr.ot an Tengnagel.

 

blz 236 dd 5 december 1763 Testament

compareren Maria Theodora Lemmingh, meerderjarig ongehuwde dochter, ziek te bed,

Johanna Christina Lemmingh, haar zus en huisvrouw van Lodewijk Markgraaf, ziek te bed

Vermaken alles aan de langstlevende.

Genoemd broer Gerardus Lemmingh ( of diens dochter Maria verwekt bij zijn eerste vrouw Geertruij NN), zus Lucretia Lemmingh, huisvrouw van Christiaan Lans, en huisvrouw van arig ongehuwde dochter  eren k Welle

Tekenen: Maria Lemmingh, Johanna Lemmingh,

Schepenen: Gerit van Gogh, Paulus Govers, J Quirijns, secr.

 

Blz 241 dd 25 januari 1764

Compareren Godschalk van der Ven en Giele van Nuland, die een eerdere verklaring opnieuw afgeven, akte woordt woordelijk herhaald, betreft acte dd 28 december 1761 voor Notaris Aenhuijs te Rosmalen waarin getuigenis gegeven wordt door Marcelus Quack, Antony Blommers, Jan Bosch, inwoners van Nuland en Lambert Jan Maas, inwoner van Rosmalen, allen arbeiders bij Baron van Crohnen, Heer van Duijnendaal, verklaren op verzoek van de Baron:

(doorstreept stuk over Jan Gloudemans, dat hij op verzoek van Crohnen naar Lommel zou zijn gegaan, over Mannaerts de ketelbuter die vaak zijn optrek had bij Aart van Gestel, zijn vrouws vader en tegen Mannaerts zei op verzoek van Crohnen: dat hij zijn gelt voor de ketel, die hij verkocht had aan de Baron, terug kon halen bij de Heer van Crohnen, hij heeft dit gezegd voor 1 oktober 1761, Mannaerts antwoordde ik heb het in handen van de procureur gelegt en kan het niet meer veranderen, verder dat hij uit de Schuur van Van sinderen een hoopje Tarwe heeft geladen, voor de last leggende en nog 49 Gerwen uit de schuur, en naar de heer van Crohnen gebracht,

Compareert ook Bartus Gloudemans, koetsier bij de Baron, die bij van Sinderen kwam vragen of er nog Tarwe van hem in de schuur lag, Gloudemans en zijn vrouw antwoorden van niet, die is al weg naar Duijnendaal en als de Baron mij niet vertrouwd dat moet hij het weghaalen.)

Compareert Godschalk van de Ven, wonend bij de Baron, verklaart dat hij op verzoek van de Baron is gegaan naar Mannaerts 2 a 3 dagen na het dagement, en hem de betaling van de ketel aangeboden, die het echter niet wilde aannemen, want hij had al kosten gemaakt voor het dagement. Hij bood nogmaals het geld aan, maar mannaerts bleef bij zijn standpunt.

Hij verklaart verder op 27 oktober 1761 naar het huis van Louwrens van Gestel te Rosmalen is gegaan en daar Procureur van Schaardenberg, wonend te Geffen, die tegen hem zei dat hij de vorster van Sinderen naar de Baron had gestuurd met een dagvaardiging, en zei erbij: “Hoe zal hij nu laggen?”, zeggende ik heb met de vorster gedronken, maar ik heb teveel jenever gedronken, ik moet coffij drinken”.

Verklaart verder dan Vorster van Sinderen tegen hem gezegd had een 3tal weken terug dat hij 2 zakken aan tarwe geteelt had, dat hij met Jan Lammert Peeters, inwoner van Nuland,  heeft gesproken over de tiendtarwe van de Baron, in zijn hofje van genoemde Jan Lammert Peters gewassen, heeft daarvan de vrouw van de vorster ingelicht, die zei”tiende gij het maar, en vat er het uwe uijt, en brengt de tiend hier in de schuur van de Baron.

Verklaart verder dat hij op 17 december 1761, door de Baron geroepen en werd, die tegen hem zij, jij zult hier bij mij in de kamer blijven, daar is de vorster van Sinderen en de procureur van Schaardenberg. De vorster kwam binnen en gaf hem een papier, de Baron zei dat hij hem voor moest lezen als vorster zijnde, die deed dit niet en liep de deur uit, en weer naar de procureur liep. Hij kwam even later terug en smeet het papier met een brutaliteit op de tafel, en zij daar ligt het op uw tafel en als gij niet betaald binnen de termijn van 8 dagen, dat zult gij geëxecuteerd worden. De baron zei dat er eerst nog met andere mensen gesproken moest worden. Hij zag als lezend dat het een rekening was van de procureur wegens onkosten van de procedure.

(doorgestreept: compareert Jan Scherf dienstknegt bij de Baron, capitein in het regiment van de Prince van Nassau Weilborgh, tans in garnisoen te Maastricht, verklaart op verzoek van de Baron, dat hij op 27 oktober 1761, op Duinendaal is geweest, en daar de zeer beschonken vorster van Sinderen zag, die kwalijk kon staan, smorgens om 11 uur, en het papier aan de Baron op de grond gooide, waarop de vrouw van Van Sinderen het oppakte en in haar zak stopte, en tegen haar man zei: je bent dronken, kom mee, gij weet niet wat gij zegt, en hem aan de arm meenam. Dit alles gebeurde op 17 december 1761, toen de vorster uit de kamer van de Baron kwam en zei “ik heb het papier op zijn tafel gelegd, nu kan hij niet meer zeggen dat ik het op de grond heb gesmetem, blijvende daar staan sprekende vele brutale redenen, tot de Baron kwam en tegen de vorster zei: Gij hebt u dingen gedaan, ge kunt nu henen gaan”, waarop de vorster zei: “dat zal ik doen, slaat of stoot mij maar niet”. )

Compareert Giele van Nuland, wonend op de hoeve van de Baron, verklaart dat hij in twee reijsen tarwe in de schuur van van Sinderen heeft gebracht, samen ongeveer een karre. Van senderen heeft het zelf opgestoken en op de garste gelegd, en enige boven de Dorsdeel,

Getuigen  Abraham de Bok en Willem Quak, beide inwoners van Rosmalen,

Tekenen: Ceel Driesse Quack, Antonus Blommers, handmerk Jan Bosch, Lambertus Jan Maas, merk Jan Bertus Gloudemans, Godschalk van de Ven, Jan Scherff, Gielen van Nuland, A Bok, Willem Marcelus Quack,

W Aenhuijs, notaris

Johannes AD Gloudemans, schepen en locosecretaris.

 

Vandaag blijven ze bij de getuigenis, Schalk van de Ven corrigeert: van Schaardenburg zou niet gezegd hebben “ik heb teveel genever gedronken, maar ik heb genoeg jenever gedronken”.

Tekenen: Schalk van de Ven, Gielen van Nulandt,

Schepenen: Gerit van Gogh, Jacobus Langens, Paulus Govers, J Quirijns, secr.

 

Blz 255 dd 25 januari 1764

Compareert

  1. Godschalk van der Ven,
  2. Marcelis Quack, en
  3. diens vrouw Willemijna van der Pol,
  4. Maria Flammans, wonend voor meid bij de Heer JG van Crohnen,
  5. Pieter van den Boom,
  6. Hendrien Wens,
  7. Johannes Gloudemans,
  8. Giele van Nuland,

Allen inwoners van Nuland, die onder ede verklaren op verzoek van de Baron JG van Crohnen:

(1)  verklaart dat hij in november 1761 toen hij nog werkte voor de Baron, en daar woonde, gevraagd werd om binnen te komen om in bijzijn van de vrouw van de Baron en diens broer Baron Carl Ludwig van Crohnen, capitein in het regiment van de vorst van Nassau Weijlburg, om te luisteren naar het voorlezen door de Baron aan Antonie Blommers een dispositie die luid als volgt: “ (…) daags na Nulandse Kermis was Antonie Blommers met anderen werkzaam aan het opmaken van de Gragt aan de zijde van het huijs gezien, en zag de vorster aankomen die zoo beschonken was, dat hij nauwelijks gaan konde, sloeg op zijn zak, wees op een papier, sprak met andere arbeiders zonder gehoord te hebben wat ze bespraken, het huis binnen ging en Marcelis Quack tegen hem zei: ”hoe druft het dronken beest nog in het gesight van mijn Heer te komen, mijn Heer zal hem zeker de kamer uitschoppen, dese keerel is niet bequam het minste te doen. Verder dat hij met andere arbeiders bij Gerardus van Sinderen 8 grote bedde tarwe heeft gedorst, zonder precies te kunnen zeggen hoeveel garwen het waren, te reeken op wel 40 garwen per bed. Van der Ven zei tegen de anderen”het deugt hier niet, het is hier niet klaar, ik heb van Senderen zijn Tarwe gemeijt en weet wel hoeveel het was, het mocht op zijn hoogst 200 garwen zijn, en daar moesten de tienden nog aff, het is goddeloos hoe die kerel zijn Heer bedriegt, ze verklaren verder het tarwe niet gewand te hebben, maar na gissing zou het bijna 2 zakken geweest zijn, verder dat er aan veranderingen van banden en stro te zien was, dat het geen eenderleij tarwe was. Ze verklaren verder van Senderen aangesproken te hebben en gevraagd hoe hij aan zoveel tarwe kwam en of er tarwe van de Heer van Crohnen bij zat, Van Senderen zei dat dit tarwe al terug was naar Duijnendaal. Toen van de Ven en van Senderen diens tarwe meijten, schatte Antonie Blommers die op 6 vat, als hij gelukkig was, van Senderen dacht wel 7 vat”. Blommers werd dit opnieuw voorgelezen en hem werd door de Baron op het hart gedrukt de waarheijd te zeggen. Erbij aanwezig was ook Jan Bertus Gloudemans, koetsier van de Baron, overleden in de zomer van 1763. Van de Ven verklaart dat hij bij de Baron is komen wonen omtrent 10 november 1761, en uit dienst is gegaan februari 1763, in die tijd werd in het hele dorp gezegd dat de Ketelbuter Hendrik Mannaards te Lommel heel gevaarlijk ziek lag, het was toen in de zomer 1762. Voordat hij bij de Baron ging wonen had hij Mannaards al het geld gepresenteerd, en kon aan hem geen ziekte of overblijfsaken bespeuren. Hij ontmoette hem wel in najaar 1762 op het land van Hendrik van de Ven te Rosmalen, Mannaards zei pas net terug van Lommel te zijn gekomen en nog niet geheel hersteld was, “zijn haaren waren uitgegaan van de ziekte, zoals te zien was”. Schak verklaart dat hij voor de 10e november 1761 heeft gewoond bij Louwrens van Gestel, waar Hendrik Mannaards die zomer vaak was geweest,

(2)  Verklaart dat de Hoevenaar Johannes Gloudemans gehoort hebbende dat Hoevenaar Giele van Nuland verschillende keren tarwe in de schuur van van Sinderen gebracht had, tot Quack en Hendrik Maas gezegd hadden dat zeiden ook een kar tarwe in de schuur gebracht te hebben. Verder dat hij tevoren hij de verklaring afgaf voor de drossaard en Notaris Aenhuijs, voor schepenen van Nuland beedigd, was gekomen in het huijs van de gepensioneerde Sergeant Van den Dries en daar Procureur van Schaardenberg met den Ketelbuter Hendrik Mannards en de procureur tegen Quack zei dat hij hen kon helpen, met een attestatie. Quack antwoordde dat hij niets ten nadele van de Ketelbuter gezegd had, wel van van Sinderen die zo dronken was dat hij heen en weer swierde. De procureur zei dat dit toch ten nadele was van Heintje den Ketelbuter, en dat hij wel een andere attestatie kon geven. Quack zei al een verklaring gegeven te hebebn voor zijn Heer Baron en dat dat ze waarheid was, waarop van Schaardenburg zijn schouder optrok en verder geswegen had. Zegt verder dat zijn zoon Pieter Quack verklaart in zijn aanwezigheid aan de Baron: “dat vorster van Senderen op Nulandse markt in zijn huis gekomen was en paarden in arrest had, en daar zoveel genever gedronken had als er in huijs was. Daarna met de anderen nog drank liet halen en zeer beschonken was en Quack vrouw hem nog koffie gaf om nuchter te worden. Quack was vroeg te bedde gegaan en vroeg naar zijn werk op de Elsbosch, de vorster was er toen nog. Na zijn werk was de vorster er niet meer, die naar hij gehoord had naar Duijnendaal was gegaan. Zijn zoon heeft dit bevestigd aan de Heer Baron zeggend “ dat hij van de dronkenschap geen attestatie kon geven, want hij was niet thuis toen de vorster ging en als je nog kon gaan en niet viel, kon je niet spreken van dronkenschap. Hij zal evenwel ook niet verklaren dat de vorster nuchter was. Hij had redelijk wel genever gedronken en geproeft, zolang er iets in huis was. Hij zou dit met een eed willen bekrachtigen als de Baron dat wilde. Toen Marcelus Quack zijn  zoon vroeg met de Baron naar de drost te gaan zei de zoon: “dat hij dat bij de drost niet durfde omdat de drost hem verboden had bij de Baron te komen. De drost had hem geroepen in de tuijn van Hr Speelman, en zei dat hij boosch op hem was en hem opdroeg de volgende dag aan zijn huis alleen te komen, dat heeft hij ook gedaan, De Heer vroeg nadien aan hem wat hij besproken had met de Drost. Pieter zei: niets, de drost had mij maar iets gezegd”, waarop de Heer zei “ik zal jouw leeren als gij om een Heer een andere zoude onderdrukken, ik sal jouw uit het dorp jagen als gij de waarheijt niet en segt. Pieter zegt bij zijn verklaring aan de Baron te blijven en dat hij gedagvaardigd moet worden, anders mag hij niet komen. Verklaart verder dat hij gezien heeft dat Van Senderen met de hoed in zijn  hand een papier in zijn hoed gooide, waarna de Baron wegging en Van Sinderen het in zijn zak deed en de weg naar Bertus Gloudemans opging. Kort daarna kwam de vorster en zijn vrouw weer en dat Jan Scherp tegen hem zei: “dat de vorster die zeer dronken was een papier in de keuken op de grond had laten vallen en de vrouw van de vorster weer had opgeraapt en bij zich gestoken, en haar man mee nam “want hij was dronken”. Marcelus Quack verklaart verder gehoort te hebben dat Hendrik Mannaarts te Lommel heel ziek gelegen had, dat was in de zomer van 1762, zo hij zich herinnerde.

Drie en vier verklaren  beiden dat ze daags na Nulandse markt 1761 benevens Josina Coens, toendertijd meid bij de Baron, de gehele dag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in het waschhuis met de was zijn bezig geweest, toen vorster van Sinderen ( alsdoen nog tuinier bij de Baron), om 11 uur achterom het huijs in de keuken kwam, na eerder in de gang een brief aan de Baron gegeven te hebben, en – omdat de voordeur opstond  - konden ze horen dat ze samen keven en spreeken “gij bent alle dagen besopen en voert niets uijt gij bent het broot niet waard en gaat mij het huijs uijt”. Ze zeiden tegen elkaar van Senderen zal wel weer dronken zijn geweest, laat ons hier blijven en stil zijn, zodat we er niet bij betrokken worden. Ze zagen – toelopend naar het gesloten eijsere hek -  dat de vorster naar het huijs van Bartes Gloudemans liep, die aan zijn gang te zien dronken was, vermits hij van de ene zijde naar de andere zijde swierde”, ze zeggen beiden dat het onwaarachtig is dat Josina Coens met de vorster gesproken kan hebben – zoals ze onder ede verklaart - . Ze voegen er aan toe dat Josina Coens een slecht vrouwsmens is, die weijnig navraagt naar wat ze doet, want dat ze smorgens bij het wasschen een weddenschap deed dat ze 6 romers genever achtereen zoude uijtdrinken, zonder dronken te worden. Dat ze daarop een fles nam en ook 6 volle roomers uitgedronken hadde, dat zij daarna als rasende werd, alle mannen bij de kop vatte en soende en ze tegelijk krabde en beet dat het bloed ervan af liep. Ze had ook een jongeling die op Duijnendaal verwde op de grond gegooijd, gebeten en gekrabt, dat hij schreidde en dat zij boven op hem was gaan liggen en allerlei vuijle zaken had voorgenomen, strijdende tegen de eerbaarheid die te melden, dat ze zoveel moeijte hadden haar van de jongeling af te trekken. Ider die het heeft gezien moet bekennen nooit een zo slecht vrouwsmens gezien te hebben”.

(3)  Willemijna van der Pol verklaart dat ze op een dagm weijdende in de tuijn van de Baron hoorde dat genoemde Josina Coens, een vreselijk leven en misbaar maakte, ze had zich op de grond nedergeworpen, met de tanden geknarst, gevloekt en geraast, omdat andere boden haar om een andere zaak de waarheid hadden voorgehouden, ze was niet tot bedaren te brengen. Maria Flammans had haar klomp gepakt en haar ermee geslagen, dat alle meiden en knegten wegliepen, ze wilden niets met haar van doen hebben. De baron zaf opdracht haar met gewelt naar de keuken te dragen, en de deuren toe te maken, omdat alle passanten stilhielden en daar na hoorden. Het hielp niet en de vorster kwam uit naam van de Baron dreigde haar dat als ze niet stil was, hij enige boeren zou halen om met gewelt haar het huijs uijt te slepen en vast te zetten. De Baron zou haar dan in een verbeterhuijs laten plakken, daarna werd ze stil en lagte alsof er niets aan de hand was. Toen de anderen haar voorhielden wat ze had gedaan werd ze weer kwaad, zeijde “swijgt, swijgt, maar, ik wilde om veel wel dat sulx niet was voorgevallen”.

(4)  Maria Flamans verklaart dat Josina Coens toen ze op Duijnendaal woonde altoos een fles genever in haar kist bewaarde, dikwijls zat was geweest, op zekere dag waren ern verscheijde meijsjens in de tuijn van Duijnendaal hadden geweijt, die haar ’s avonds met de Domestique in het washuijs vrolijk maakten, Josina had een manslevrije aangedaan, zij zich door de knegts publieke hadden laten ontkleden tot op het hemd toe, en zich de broeh door de knechten liet aandoen, en voor toeknoopen, waarbij slechte en onordelijke zaken waren voorgevallen, die haar vermaakte, schoon zij somswijlen wel de vrome en schijnheiligen wilde spelen,

Drie en vier verklaren verder dat op een dag de vrouw van van Senderen bij hen in de keuken kwam, na eerder 4 arbeiders die de sloot ophaalden, een vreeslijk leven hadden gemaakt, vloekend en hen uitmakend voor alles wat lelijk was. De arbeiders lagten, ze werd nog kwader en Antonie Blommers zei tegen de anderen “het is een quaad weijff”.

In de keuken gekomen maakte ze weer en leven en de Baron die erop af kwam zei “wat maakte voor een leven en dacht dat ze in een herberg was? Ze sloeg op de tafel en zei het is geen herberg maar ik zal er blixems een herberg van maken. Ze werd buiten gezet en raasde naar hoevenaar Johannes Gloudemans toe, waar ze bleef vloeken en tieren, zoals ze later hoorden – en later naar Hoevenaar Giele van Nuland ging waar ze ook zo bont maakte dat die haar ook buijten zette.

(3) verklaart verder dat zij najaar 1762 de ketelbuter Mannaards in de heijde had zien gaan naar de Duijnsche Hoeve, en zij thuis komend tegen haar man zei, wat ziet hij er naar uijt, “hij gaat regt alsof hij meijmert, hij sal zich de zaak zo aantrekken?”. Haar man zei dat hij heel ziek was geweest, en nu pas teruggekomen is. Ze heeft ook gezien dat de vorster het papier wat hij aan de baron had voorgelezen in zijn  hoed gooide en later in zijn zak stak alvorens hij naar Bartes Gloudemans liep.

(5) Pieter van den Boom verklaart dat hij bij Pieter Quack aan het huijs is geweest, toen er paarden in arrest stonden, en dat het een grote onwaarheid is, dat er maar voor 2 a 3 stuijvers verteerd zou zijn, onder de vele mensen, zoals beweerd wordt. Hij zelf was om 10 uur naar huijs gegaan en had al voor 6 a 8 stuijvers gecommandeert, en hoorde van Bartel Verhagen dat er toen al veel was verteert en Bartel bij Ermert Spierings een rijpaard heeft geleent en dat Seger Hendrik Segers nog een 28 aan hem heeft gegeven, en het ook niet denkbaar weas dat hij zonder geld op zak naar een markt zou gaan. Hij had gehoort dat er een accoord was, maar er niet bij is geweest, dat ider een rijksdaalder zoude betalen,

(6) Hendrien Wens verklaart dat ze de gehele markt dag in het huijs van Pieter Quack is geweest toen de paarden er de gehele dag en nacht stonden. De vorster was er, naast Jan Tony Hanegraaf, Hendrik Hanegraaf en  twee die de wagt hadden bij de paarden, zogauw de paarden er waren werd er gezegd dat iedereen zoveel kon commanderen als hem lusten, tot dat de paarden gelost waren, dat sulcx bij accoord was geschied.

Bartel Verhagen gaf een rijksdaalder, Hendrik Segers ook, Pieter Quack kreeg een rijskdaalder voor de verteeringhe, er was een vaatje genever van 15 kannen opgegaan, daarna was nog bij Antony Spierings een mengel genever gehaald. Ze voegt eraan toe dat Pieter Quack niet anders dan schade had, als hij het geweten had zou hij de paarden niet ingenomen hebben, omdat alle mensen zijn huis schouden en met de ruzie niet wilde te doen hebben.

(7) Johannes Gloudemans verklaart dat hij al een verklaring voor drost en Notaris heeft afgegeven. E.e.a. word kort samengevat (…) hij had voor 1 oktober 1761 tegen Mannaards gezegd dat hij zijn  gelt kon halen voor de ketel, terwijl hij later hoorde dat Msannaards toen al ziek te Lommel te bedde lag. Hij blijft bij de eerdere verklaring en voegt er nog aan toe dat “lang voor de quasi dagvaardiging hij ter plaatse op de Schans

was tussen het land van Roelof Hendrik Wellens en de heg van den Brouwer, alwaar hij een half uur sprak met Mannaards die zei dat hij het gelt niet meer ontfangen derfde en dat de procurerur de zaak in handen had. Verder kwam het hem voor dat Mannaards in de zomer van 1761 niet ziek te Lommel heeft gelegen, maar dat hij verschillende keren hoorde dat zulx was geweest in de zomer van 1762, zoals het in het hele dorp van Nuland werd gezegd.

Verder dat Mannaaerds hem vaak heeft nagelopen en een glas genever heeft aangeboden, ook de dag dat hij een eed op de notariële acte moest geven, hij heeft het steeds geweigerd, maar sinds de eed werd hij niet meer gevraagd.

Op de dag na Nulandse Kermis stond Procureur van Schaardenburg voor het huis van Bartes Gloudemans rond 11 a 12 uur en wandelde voor het huijs onder de boomen heen en weer.  De vorster kwam erbij toen hij terug kwam van de Baron, en beiden gingen het huis van Bartes Gloudemans binnen.

In de zomer van 1761 heeft hij Mannaards verschillende keren aan het huijs bij Bartel Gloudemans heeft gesproken, en aan hem vroeg wat zegt uw dochtertje Annemie ervan dat zij het keteltje nog niet heeft. Daarop antwoordde hij”als zij het keteltje niet krijgt, krijg jij je gelt niet”. Hij verklaart verder dat zij dochter de ketelbuter voor gelevert coperwerk op Bamis / 1 oktober 1761 betaald had. En het dus onwaarheid is dat Mannaards de gehele zomer ziek te Lommel was, en pas op 11 oktover was teruggekomen.

(8) Giele van Nuland

Verklaart dat in het dorp Nuland gezegd werd dat Mannaards bijna de hele zomer 1761 in Lommel gevaarlijk ziek te bed lag, hij heeft echter gehoord dat dit in de zomer van 1762 was. Hij zegt niet beter te weten dan dat hij Mannaards in zomer 1761 gezien heeft te Nuland.

(9) doorgestreept, de negende comparant Jacob de Gruijter dat hij daags na de Nulandse Markt 1761 bij Bartes Gloudemans aan het huijs was gekomen, en daar  Procureur van Schaardenburgh in het hekkegat zag staan, die hem vroeg naar de vorster, ze gingen samen naar binnen en de procureur commandeerde een romertje Genever en met hem gedronken. Toen de vorster kwam kreeg hij van de procureur een adres dat hij naar Duijnendaal moest brengen, de vorster zei dat niet gaarne te doen, het is iets van te voren van tarwe, trekkende tegelijk zijn schouders op en draaide zijn lichaam door vrees. De procureur zei dat hij hem ervoor zou betalen zowel als een ander, en zal jouw wat voor de alteratie geven, hebbende daarop soopjes laten geven die ze samen dronken, te lange leste ging de vorster toch maar.  Teruggekomen van Duijnendaal zei hij tegen van Schaardenburg: mijn Heer wil het niet vatten, maar ik heb het mijn Heer voor de voeten gelegd en ben weggegaan.

Tekenen: Schalk van der Ven, Marcelis Quack, Gielen van Nuland, Jan Jansen gloudemans, merk Pieter van den Boom, merk Hendrien Wensch, merk Maria Flammans, merk willemijna van der Pol,

Schepenen: Gerit van  Gogh, Jacobus Langens, Paulus Govers, J Quirijns secr.

 

Blz 292 dd 28 februari 1764

Compareert Willem Vorstenbosch gehuwd met Johanna Claas Pels,

Antonie van Grinsven, vader en voogd over zijn minderjarige kinderen bij Lijsbeth van der Velden

Adriaan gloudemans, vader en voogd van zijn kinderen bij Jacomeijn van der Velden

Tesamen als naaste vrienden van Pieternella Pels, verklaren ontvangen te hebben uit handen van Juffr. De weduwe JD Cremers voor rekening van Pieternella Pels, een som van 94-16-o zijn de quota die Pieternella competeerde in 1/6 deel van de meubilaire goederen van Maria Quack, en belovende de gelden goed te beleggen voor haar.

Tekenen: Willem Vorstenbosch, antoni van Grinsven, Adriaan Gielen Gloudemans,

Schepenen: Gerit van Gogh, Paulus Govers, J Quirijns, secr.

 

Blz 294 dd 6 maart 1764

Drossaard en schepenen verklaren dat ze op 6 maart 1764 op verzoek van Maria Jegers, weduwe Dirk van Huijsbergen, coopvrouw uit Den Bosch gegaan zijn naar de Molengraafse Hoeve te Nuland, in eigendom van de weduwe, om inspectie te doen vanweg een nodige reparatie

-       de solder op de voorhuisinge is seer slecht en ondigt, dient vernieuwd te worden

-       een nieuwe stenen vloer op de geut, de ouden is versleten

-       in de zuidzijde van het Agterhuis de worm is gekreukt of gebroken, en het dak dreigt verder te verzakken, een nieuwe worm ofwel een last aan de oude dient in gestoken te worden

-       de schuur is geheel aan het versakken aan de westelijke wand, reeds een groot gedeelte naar buiten toe was overgezakt, opwinden en ondermetselen van de stijlen is nodig, de overgezakte wand moet weer regt gezet worden.

-       Het dak op de schuur aan de zuidzijde dient een nieuw strooijen dak te krijgen, het oude was ondigt en geheel versleten.

-       Aan het steenwerck van de put zijn verscheijde defecten, o.a. stenen uitgevallen,

Tekenen: RA Wierdsma, schepenen: Paulus Govers en Hendrik van Bakel, J Quirijns, secr.

 

EINDE

Laatst aangepast op maandag, 27 augustus 2012 22:29

Geef ons uw mening

Ga naar boven