RA Nuland 45 Allerhande Acten (1706-1707)

Rechterlijk Archief  Nuland 45 (1706-1707) Allerhande Acten          versie 1.0

 

Blz 1 dd 13 juli 1706

Compareert voor mij secretaris, Arien Faessen, gesworene en Hendrick Gijsberts de Bie, armmeester van Nuland, als getuige hiertoe verzocht, in plaats van de officier,

Lijneke weduwe Jan Willem Seelen, Geerit Jansen, haar soon, mitsgaders Thoedorus Lemming, om een verklaring af te leggen voor de officier, verklaren dat op zondag 11 juli 1706 aan haar huijs is gecomen Jan Jansen van der Ven, oudt president, zeer beschonken sijnde, Peter eijmbers van Creijl kwam erbij en dhr. Lemmingh, die na enige discussie, waarbij Van der ven Jacob Jansen van Gogh en Poulus Peters van Osch schelmen noemde, in verband met ene (moeilijk leesbare– jvdb) financiele zaak. Van Creijl zei daarop “soo die schelmen zijn zo zal ik komende gerechtsdag daar niet mee gaan zitten, soo ghij sulcx ooit goedmaken kan”, en “Soo ben ick en uwen soon ook schelmen”. Van der Ven zei: ja we zijn allemaal schelmen zo wij daar zitten. Lemmingh zei ”Wat zegt ghij dat mijn schoonvader ( de drost)  een schelm is?” Daar neem ik het voor op,  zei Lemmingh.

Tekenen: J van Clootwijk voor officier, Arijaen Faessen, Merck van Hendrick Gijsberts de Bie.

In marge het antwoord hierop staat …4

 

Blz 4 dd 12 juli 1706

Compareert Willem Jan Huijbers, Jan Jan Geerits, mitsgaders Jan Jansen Quaack den ouden, gewesene gesworenen, door de vorster gedaagt om ene verklaring te geven. De eerste 2 verklaren dat ze in 1703 na half maart als gesworenen, samen met Jan Jansen van der Ven als Heemraad op verzoek van de gesworene hebben gevisiteert de gemeene wetering van de polder van der Eijgen, van boven tot aan beneden bij de sluijs van Orthen, om de staende visnetten als van ouds gebruikelijk wegens de ingelanden van Nuland, daaruin bevonden werden, op te halen en er zagen dat er verschillende sorteringen van netten bij waren.

Allereerst een schut net dat ze op verzoek van de heemraad en met hun goedvinbden niet opgehaald hebben, buiten de sluijs in Orthen in den uijtvliet vonden zij een aelsack staan.

Gesworene zeggen verder dat de Heemraad zei dat hij binde waer. Teon waren er enige vissers bij hen gekomen, zeggende dat zij zouden helpen met net op te halen, toen de staken werden losgemaakt zonk “het net de grond in, zonder het machtig te konnen worden”. Toen ze er naar wilden zoeken zei de Heemraad dat ze zouden worden gecontenteerd en dat hij niet verstond dat de nette opgehaald zouden worden. Ze gingen daarna een van de boerderijen van een van de vissers naar binnen, werden getracteerd en met geen genoegen gecontenteerd.

Tekent: G Croon.

 

Blz 6 dd 21 juli 1706

Corte staat van alle capitale en renten tot last van de corpus van Nuland, volgens aanschrijven van de Heer rentmeester Pieter Verster dd 8 juni 1706, in nnaam van de Hoog Edele Heer Philip Jacob van Borsele, raad en rentmeester generaal van de domijnen:

  1. rente van 100 gulden capitaal opgenomen tegen 5%, dd 8 mei 1673, nu betaald werden aan Handerske, weduwe Jan Hendrick Sijmons, met 4-0-0 gulden jaarlijks
  2. 8 mei 1673 ook opgenomen 100 gulden a 5%, ook aan voorgenoemde weduwe, jaarlijks 4-0-0 gulden te betalen
  3. 2 september 1668 een som van 227 gulden a 5%, ook aan dezelfde weduwe, per jaar te betalen 9-1-14
  4. 20 mei 1676 een som van 500 gulden a 5%, nu betaald werdende aan gosewijnus van Geffen, jaarlijks te betalen 20-0-0 gulden
  5. 30 juni 1689 een som van 500 gulden a 5% nu te betalen aan Anna van Geffen, te betalen 20-0-0 gulden per jaar
  6. 16 maart 1689 een som van 1000 gulden a 5%, nu te betalen aan Maijken van den Ancker 40-0-0 per jaar
  7. 17 mei 1678 een som van 100 gulden a 5%, nu te betalen aan E Tibosch a 4-0-0 jaarlijks
  8. 17 mei 1678 een som van 400 gulden a 5%, aan Maijken van den Ancker, weduwe van Lambert van Geffen, jaarlijks 16-0-0 gulden
  9. 28 februari 1675 een som van 500 gulden a 5%, nu betaald aan Symon Handricx jaarlijks 20-0-0 gulden
  10. 9 oktober 1682 een som van 600 gulden a 5%, nu betaald aan de weduwe Peter van Orten 24-0-0 per jaar
  11. 10 maart 1685 een som van 600 gulden a 5%, nu betaald aan Jan Hendricx aent Hoogh, jaarlijks 24-0-0
  12. 7 maart 1689 een som van 700 gulden a 5%, nu betaald aan Jan Hendricx aent Hoogh, voor 28-0-0
  13. 27 januari 1682 een som van 300 gulden a 5%, nu betaald aan de erfgenamen Antonis aent Hoogh, 12-0-0 jaarlijks
  14. 4 april 1683 een som van 500 gulden a 5%, nu betaald aan de erfgenamen Antonis aent Hoogh, 20-0-0 jaarlijks
  15. 30 juli 1673 een som van 100 gulden tegen 5%, nu betaald aan de erfgenamen Antonis aent Hoogh, 4-0-0 jaarlijks
  16. 21 december 1688, een som van 1000 gulden a 5%, nu betaald werdende aan de erfgenamen Antonis aent Hoogh, 40-0-0 jaarlijks
  17. 14 februari 1689 een som van 600 gulden a 5%, nu betaald werdende aan de erfgenamen Antonis aent Hoogh, 24-0-0 jaarlijks
  18. 6 maart 1688 een som van 400 gulden opgenomen van Mej. Cornelia Tielius, nu getrout met Roeloff van der Keer a 4,1% , aan de zelfde te betalen 16-0-0
  19. den ….1601 opgenomen van Geert Huijbers 300 gulden capitaal a 5%, nu betaald aan Ariaan Huijbers met 12-0-0 jaarlijks
  20. 15 januari 1682 een som van 300 gulden capitaal a 5% van Geerit Huijbers, nu betaald aan Ariaan Huijbers met 12-0-0 jaarlijks
  21. 2 april 1674 een som van 400 gulden a 5% van Antonis aent Hoogh, nu  betaald werdende aan de armen van Nuland, 16-0-0 jaarlijks
  22. 8 mei 1677 een som van 600 gulden a 5% van Antonis aent Hoogh, nu  betaald werdende aan de armen van Nuland, 24-0-0 jaarlijks
  23. 11 juni 1681 een som van 800 gulden a 5% van Jan Hendrik Melten, nu betaald werdende aan Dries van der Ven, betaald jaarlijks 32-0-0
  24. 25 juni 1689 een som van 300 gulden a 5%, jaarlijks te betalen aan Maijken, weduwe Aert Tijbosch 12-0-0
  25. 25 juni 1689 een som van 250 gulden a 5%, betaald aan Goijert van Grinsven met 10-0-0
  26. 12 december 1688 een som van 300 gulden a 5% van antonis aent Hoog, nu betaald aan Grietje, weduwe Jan aent Hoogh, nu getrout met Tonis Jansen Groenendaal jaarlijks 12-0-0
  27. 2 oktober 1683, een som van 300 gulden van antonis aent Hoog, nu betaald aan Grietje, weduwe Jan aent Hoogh, nu getrout met Tonis Jansen Groenendaal jaarlijks 12-0-0
  28. 12 december 1688 een som van 300 gulden van antonis aent Hoog, nu betaald aan de erfgenaem van hem, jaarlijks 12-0-0
  29. opgenomen van claes aent Hoog 600 gulden a 5%, nu te betalen aan Claes aent Hoogh jaarlijks 24-0-0

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Martinus Kivit, Poulus peters van Osch, Peeter eijmbers van Creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de jonge, J. v. Clootwijck sub secr.

 

 

Blz 13 dd 26 juli 1706

Compareren voor Schepenen ter instantie van de Vrouwe van Nuland Jacob Jansen van Gogh, Jan Huijbers en Antony Ermers die verklaren al lange tijd geleden het Gesworene ampt te Nuland te hebben bedient ( Jacob Jansen van Gogh als geerfde), en in die tijd de gemene wetering hebben gevisiteerd van den polder van der Eijgen, van boven aff tot beneden de sluijs toe, sonder Heemraad, en dat alle de staande netten bevonden hebben opgehaald die de eijgenaren wonend te Rosmalen en Orten wederom hebben moeten lossen onder expresse conditie niet weer voor Bamis in dezelfde wetering zouden setten. De eerste 2 verklaren dat zij in die tijd ook enige opgehaalde netten hebben gebracht aan de Kerck en op de plaats van de hoeve de Elsbos, toecomende de Heer van Nuland, en deze Heer aan Antonis Ermers c.s. de order gaf de genoemde netten te verbranden, maar ze weten niet of dit ook gebeurd is.

Tekenen: merk van Jan Huijbers, Antonis Ermers van Nulant, Jacob van Gogh, Poulus Peters van Osch, G Croon,  Peter Eijmbers van Creijll, J v Clootwijck sub secr.

 

Blz 14 dd 20 augustus 1706

Compareert Rut Geerit Berens inwoner alhier die bekent heeft van wijlen Peerken, weduwe Jan Hendrik Melten voor de tijd van 4 jaar gepacht te hebben haar huijsinge met aangelegen land, groot 2 lopens en 34 roeije, met noch 3 lopens en 2 roeije land omtrent Schotsheuvel gelegen, en nog 4 lopens en 27 roeije op den Wolfsdijk, voor de som  van 28-10-0, met een malder rogge jaarlijks en een pachte van 14 stuijvers aan de Armen van Nuland, en betaalt vanwege een eerste jaar pacht aan Adriaan en Hendrik Melten erfgenamen van voornoemde Peerken, omdat hij geen borg wist te krijgen, een mijtjen rogge staande bij de huijsinge van Matijs van Crijl, met een stuk garst en drie stukken boekweijt, met een eindje tarwe, staande op het land aan de Wolfsdijck en op Schotsheuvel, en nog een stuk boekweijt staande op het land, waarmee de pacht van het eerste jaar betaald is en ook daarvan de dorps en landslasten betaald kunnen worden.

Tekenen: G Croon, Poulus peters van Osch, Abraham van Mil, J v Clootwijck sub secr.

 

Blz 15 dd 20 augustus 1706

Compareert Geerit Soone Jan Gerit Berens voor zichzelf en sterk voor zijn broer Jan soone Jan Gerit Berens, en zo erfgenamen abintestato van wijlen Maria en Jenneke dochters Jan Geerit Berens, alhier gestorven en begraven, die onder eede aan de drossaert verklaren dat sijn susters geen andere erfgeoederen hebben nagelaten als:

Maria:

-       het 1/4e part in een campke teulland tot Geffen gelegen int ruijte velt, groot int geheel 1 lopens en 30 roeije

-       ¼ deel in een half heufkken teulland tot Geffen bij het Heppe straatje groot int geheel 2 lopens en 15 roeije

-       ¼ deel van de helft van 5,5 hont inde hooij vree te Geffen

Jenneke:

-       het 1/3 deel van voorstaande 3 erfgoederen

Tekenen: G. Croon, Poulus peters van Osch, J v Clootwijck sub secr

 

Blz 17 dd 23 augustus 1706  rekening bewijs

Door Jacob Jansen van Gogh president en Poulus Peters van Osch schepenen in qualiteit als gecommiteerden tot het repeteeeren van de Beede  van de buijtendijkse landen onder Nulant gelegen bij de borgemeesteren aan slants comptoir te Den Bosch betaald en bij haar hoo: moo: volgens resolutie van …. Voor den jaare 1700, 1701 en 1702 geremitteerd.

Ontvangsten:

-       626-3-8 ontvangen van Hr. Penjevin wegens het comptoir van de beede

Uitgaven:

-       aan Hr Penjevin voor gedane diensten, 57-0-0

-       aan de Vrouwe van Nuland voor verschot, 15-14-0

-       aan de drossaard van Nuland voor vacatie salaris en andersins, 16-17-0

-       idem voor overstaan en passeren, 6-0-0

-       aan de secretaris voor schrijven en dubbelleren van dese rekening, 6-0-0

-       voor zegels daar toe dienende, 1-19-0

-       voor verteeringen op het horen passeren en sluijten deser rekening ten huijse van van Coot gevallen in plaats van salaris van de ouditeuren , 12-0-0

-       aan de vorster voor het convoceren van de ouditeuren en op wachten, 0-16-0

-       aan de rendanten voor het ontfangen en wederom uijtgeven van genoemde penningen volgens accoord met de heren auditeuren, 15-13-0

totaal: 131-15-8

Blijft in grote totaal: 494-8-0. Dit zal aan de eijgenaars en gebruikers pondsgewijs terug betaald worden. De rendanten hebben bij forme van leeninge daar van voor dese gemeente op order van de regenten betaald aan de Deurwaarder Johan Vissers 40 gulden aan Claas Nelissen en Dirck Jansen van Schijndel als gewesene borgemeesters op rekening van tgeene zij meer hadee uitgegeven dan ontvangen, 159-0-8 aan Peter Eijmbers c.s. als gewesene borgemeester mede op cortingen van het gene meer hadde uitgegeven dan ontvangen, 58-17-0 aan Vorster Everdingh, 24-17-0 aan bedraegende t samen de somme van 282-11-8, van welke som ordonn. Op de borgemeesterrekening geslagen en betaald werdende  de pretendenten als doen door de rendanten sullen werden voldaan, en betaald.

Tekenen: G Croon, Martinus Kievit, Peter Eijmbers van creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de Jonge, Willem Tonissen van Roeij, Jan Jacob Langens, J v Clootwijck sub secr.

 

Blz 20 dd 14 oktober 1706

Jan Peter Sighmans, president en Peter Brock, schepenen van Geffen mitsgaders Arien Wouters  en Roelof van der Pol, schepenen des dorpe van Rosmalen, verklaren ter instantie van de buijtendijkse landen onder de dorpe van Nuland gelegen, resorterende onder de polder van der Eijgen, dat deze landerijen in de voorleden jaar van 1705 ter oorsaecke van doorbraack van den Empelschen Dijck sodanigh sijn geinundeert ende geruineert dat daar van geen of seer wijnigh profijt van is gecomen. Ze verclaren dit bij oculaire inspectie te hebben gezien.

Tekenen: merk Jan Peter Sighmans, Peter Brock, merck van Arien Wouters, Roelof van der Pol, G Croon, Jacop van Gogh, Poulus Peters van Osch, j v Clootwijck sub secr.

 

Blz 22 dd 6 november 1706

Compareert Hendrik Jansen van Heesch, Molenaar te Geffen die verklaart ter instantie van Heer Hendrik van Rijp, secretaris van de stad Helmond, als procuratie gehad hebbende van de Heer Luijtenant Tomas de Leuw, dat waar is dat op half jaar pacht van de genoemde molen vervallen den 24 december 1701, door hem, Hendrik van Heesch evectievi is gecort en gevalideert een somme van 55-0-4 gulden, ter zake van levensmiddelen gelevert aan wijlen Jonker Gaspar de Vooght in sijn leven Heer van Geffen, en het volgende half jaar een som van 11-16-10.

Tekenen: Tekenen G Croon, Peter Eijmbers van Creijll , j v Clootwijck sub secr.

 

Blz 23 dd rekening bewijs

Rekening bewijs en reliqua van Willem Tonissen van Roij als gewesene collecteur van de ordinairesse verpondingen vijfde verhoginge en oortje per gulden over de HH Nuland voor het jaar eindigend 31 december 1700

Ontvangsten:

-       ontvangen verpondingen 1776-0-0

-       wegens vijfde verhoging 355-4-0

-       het ortje per gulden 22-4-0

totaal 2153-8-0

 

Ontvangen zaken van het remis van het comptoir en andersints

-       ontvangen door Jacob van Gogh en Poulus Peters van Osch als gecommitterden van het remis vant comptoir van de Heer ontfanger van de verpondingen 511-0-0

-       van de heer advocaat van Breugel wegens het remis gecort de som van 38-13-0

-       wegens de graaf penningen die de Heer advocaat van Breugel als curateur van den boedel van wijlen de ontfanger Gijsbert van Berestijn hadde gecoort om van Borgemeester van der Ven den ouden te ontfangen 115-10-0

-       6 stuijvers per gulden wegens het remis van de verpondingen  en vijfde verhoging aan d eeijgenaars en gebruikers van de buijtendijkse landen ter saecke van sollicitatie costen gecoort gedragende van 1260-6-11  de som van 378-2-0

Totaal 1043- 5-0

Gehele ontvangst 3196-13-0

Uitgaven:

-       5 maart 1701 betaald aan het comptoir 350-0-0

-       12 mei 1701 betaald 251-130

-       6 juni 1701 betaald 205-0-0

-       23 augustus 1701 betaald 275-0-0

-       22 september 1701 betaald 275-0-0

-       22 oktober 1701 betaald 268-0-0

-       1e januari 1702 betaald 220-0-0

Totaal 1844-13-0

Uitgaven rakende het remis:

-       volgens resoluatie van 17 maart  1704 van de Staten Generaal de buijtendijkse landen van de HH, voor het jaar 1700 hebben gelieven te remitteeren de ordinaire verpondingen en en vijfde verhoging die uitbetaald moeten worden aan de ijgenaars en gebruikers, bedragende 1260-6-11

 

Uitgaven van wat de rendanten vanwege de verpondingen niet hebben ontvangen:

-       aan de rendanten wegens de vijfde verhoging van slands tiende als mede de verpondingen vant Wolfsdijk tientje , volgens ordonnantie van de Vrouwe van Nuland, 52-15-8

-       voor cortinge vanwege de 7-1-14 die de rendanten tekort kwamen wegens de verpondingen van de nulandse straat tiende bij Aert Gurts de Cuijper  in pacht gehad die door den deurwaarder borgen daarover is afgepant geweest sonde rtot voldoeninge overmits den insolventie te hebben connen geraken,

-       pro memorie het salaris van den deuerwaarder

-       voor cortingen van 2 perselen van de Heer Bemont die verlaten sijn, wegens de 6 stuijvers per gulden soliecitatiecosten 0-15-8

Deze capitel van cortingen totaal: 60-12-14

 

Uitgaven van den Rendanten:

-       betaald aan de drossaard op rekening van zijn  specificatie gevaseert verdient ende verschoten 41-13-6

-       aan de drossaard betaald het derde deel in 6 gulden in de generale rekening van soliesitatie costen 2-0-0

-       aan de secretaris 2-0-0

-       aan Vorster Everdingh volgens ordonnantie van de heren regenten wegens evrdient salaris 7-10-0

-       aan de heer officier voor het overstaan van de rekening 6-0-0

-       de secretaris voor het protocolleren en uijtmaken 6-0-0

-       idem voor verschot van de zegels van dese rekening 1-15-0

-       verteeringen in het opstellen en passeeren van de rekening

-       de secretaris voor schrijven van een verpondingsboek aan de rendant gelevert 2-10-0

-       item voor de ….. voor publicatie van 7 september 1704 om de betaalde remisse uit de keeren met zegel, 1-2-0

-       de vorster voor het convooceeren van heeren regenten om dese rekening op te nemen en te sluijten

-       aan de rendanten voor tantieme om het remis aan de igenaars en gebruikers uit te keren 31-6-0

Acte houdt ineens op geen hadntekeningen!

 

In marge

Heden 17 november 1706 heeft de rendant deser rekening inde raatcamer gepresenteerd  in aanwezigheid van president Jacob Jansen van Gogh, Poulus Peters van Osch, peter eijmbert van Creijl, jan van der Ven de Jonge, Jan van Lith, Corstiaen Gerits Schepenen, Heer Oudenhoven, Cornelis van Coot, Jan Jaocbs, Jan van der Ven den Ouden, Matijs van Creijl, Sijmon Diercx, Tonis Ermers, Ariaan Faessen, Jan Jansen Quaack geerfden.

 

Blz 36 leeg

 

Blz 37 dd 22 november 1706

Compareert Handerske weduwe Willem Jongmans die ter instantie van Hendrick van Rijp, secretaris van de stad Helmont als procuratie gehad hebbende van de Heer Luijtenant comis de seer waraghtigh te wesendat haar man zaliger en zij volgens quitantie van Jonkheer MPC Vooght voor het jaar corsmis 1702 volgens quitantie 29 januari 1703 heeft betaald en aan levensmiddelen gelevert de som van 11 gulden, aan ons vertoont en dat de kinderen van de Heer van Geffen volgens ordonnantie van de Heer van Rijp dd 30 oktober 1703, en quitantie A de Vooght dd 2 januari 1704, heeft betaald 11 gulden en 2 zakken rogge om in de nieuwe rekening geladen te werden meedoen.

Tekenen: merk Henderske weduwe Willem Jonghmans, G Croon, Jan Jansen van Lit, J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 38 dd 3 december 1706

Compareert Jan Jansen van der Ven, oud president en Heemraad en Jan Jaocb Langens, borgemeester  en beurder van de Franse Contributien gedaagt door de vorster ter instantie van  G Croon dorssaard om te verklaren dat

Jan van der Ven verklaart dat weijnigh tijt na de publicatie van de ordre en reglement van de Raad van Staten dd 29 oktober 1696 op het beplanten van de meijerij van Den Bosch is hij met de regenten van Nuland en Heeseijndt, die 1/3 in de gemeente van Vinckel onder dese jurisdictie competeren, de heerbaan lopende over het lanckvelt met Cornelis Krijnen beginnend van den Schijtpael off blauwen steen gestaan hebbende oostwaarts omtrent den Riedkal (-onduidelijk leesbaar jvdb-) tussen de gemeenten

Op het gescheij van Rosmalen en Nuland, tot smallehoefken heeft afgetreeden op verzoek van genoemde wijderzijdse regenten en vele naburen en dat sulcx gedaan wesende die van Nuland aan die van het Heeseijnde de keuze hebben gegeven om voor een derde part hetzij aen den boven ofte benedenkant om de selve Heerbaan te plijnneren en bepooten en beplanten te mogen neemen, dat de regenten en naburen van het Heeseijnde voor een derde part hebben aangenomen aan de beenedenkant tot aan de jurisdictie off scheijtsteen van Rosmalen en Nuland en het selve looth van de genoemde heerbaan met Bercke heesters hebben beplant en de hoogte van de heerbaan geslights. Dat de regenten en naburen van Heeseinde de Heerbaan beginnende aan de Holle Santstraat tot de huijsinge van de weduwe Eijmert Jacobs van Crijll insgelijk voor een derde part omtrent de selve tijt hebben helpen plijneren en beplanten met bercke heesters, sijnde haar looth gevallen int midden tegen over de gedevaliceerde huijsinge van Peter den Decker staande omtrent de molen van Nuland.

Jan Jacob Langens verklaart zich te conformeren met de voorgaande verklaring zonder te weten hoe het sligten en beplanten van de heerbaan tussen de holle straat ende het huijs van de weduwe Eijmert van Creijl, heeft toegedragen, daar is hij niet bijgeweest.

Tekenen: Jan Jansen van der Ven, Jan Jacob Langens, Jacob van Gogh, Peter Eijmbers van Creijl, J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 41 dd 10 december 1706

Compareert Jacob Gijsbers, out borgemeester, Jenneke Arts, Claesken Willems, allen van competerende ouderdom, die verklaren ter instantie van Jan en Lambert de Wert , verklaren dat op den 8e december in het huijs van Lambert Jansen de Wert enige tijd na de middag zijn gekomen Dirck Willems Vorstenbosch, met Handerske zijn vrouw, Hendrick Hendricx Hanegraaf en Tunnis Arien Martens, met Peerken zijn vrouw, waarbij Dirck een aks, Hendrik een schup en Tunnis iet anders in de hand had, vragende aan Lambert Jansen de Wert of hij seekere graeff liggende tussen het land genoemd de peterselie veldekens en de erven van de hoef van Mevrouw van Mombeeck, mee wilde helpen opgraeven, die door Lambert was toegelijt. Lambert antwoordde: van “Neen en soo sij daar toe gerecht waren dat sij dan de clooren costen” waarop beide vrouw ontstelt met woorden tegen Lambert uijtvielen, seggende dat hij de graeff hijmelijk hadde toegemaakt en dat sij hem publiek voor de gemeente weer open souden maken. Handerske schold de Wert uit voor een Schelm, een stuckdief. Lambert zei niets anders als “Jacob Gijsbers dat hoort ghij wel, hou dat in uw kennis”.

Tekenen: G Croon, Jaocb van Gogh, J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 43 dd 9 december 1706

Schepenen verklaren dat ze vandaag ter instantie van Lambert Jansen de Wert en Jan Jansen de Wert. Gebroeders, inwoners alhier hebben geïnspecteerd een seekere graeff of sloot liggende tussen erve van de requirant genoemd het petercelieveldeken  en de erve van Mevrouw van Mombeeck, in den geheugte van Vinckel, onder dese jurisdictie gehorende dat aldaar aan de graafkant van den graeff hebben vinden liggen een afgehouwen knootwilligh, waar mede gemelte Lambert aldaer present sijnde verklaarde den selve graeff gestopt te hebbenen met aarden de sloot gevuld te hebben, om daer door het water van de landerijen van Dirck Vorstenbosch c.s. van sijn lant te keeren, verklarende dat Dirck Willems, sijn vrouw Handerske, Peerken Handricx, vrouw van Tunnis Arien Martens, Handrick Handrick Hanegraaf allen present, dat sij den genoemde boom en aarde daar wederom uijt gehaald hadde, bewerende daartoe gerechtigd te zijn, en dat het water daar altijt sijn los soude hebben gehadt.

Tekenen: G Croon, Jacop van Gogh, J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 44 dd 15 januari 1707 rekening bewijs en reliqua

Van Willem Tunnissen van Roij, als gewesene collecteur van de verpondingen, en het remis van het ordinare en exrra ordinare verpondingen mistgaders oortjes per gulden over het jaar 1700, over de landerijen der HH Nuland gecollecteert

Ontvangsten:

-       ordinare verpondingen 1776-0-0

-       extraordinare verpondingen ( vijfde verhoging) 355-4-0

-       oortje per gulden, 22-4-0

totaal 2153- 8-0

 

Uitgaven:

-       aan de heer ontvanger Gijsbert van Beresteijn op 5 maart 1701 de som van 350-0-0

-       idem 12 mei de som van 251-13-0

-       6 juni idem de som van 205-0-0

-       24 augustus idem de som van 275-0-0

-       22 september idem de som van 275-0-0

-       22 oktober idem de som van 268-0-0

-       5 januari 1702 idem de som van 220-0-0

Totaal 1844-13-0

 

Blijft over 308-15-0 ( gaat over naar de onderstaande rekening)

 

Rekening van het remis van de voorgaande verpondingen

Ontvangsten:

-       de som van 308-15-0

-       ontvangen van Jacod van Gogh en Poulus Peters van Osch de som van 511-0-0

-       de som van 115-10-0 dat door de ontvanger is ingehouden wegens de Graeff gelden van Meegen tot Oijen, als blijkt bij het slot  van rekening van genoemde Heer Ontfaner van Beresteijn waarvan ordonnantie is geslagen door officier en schepenen van Nuland op de borgemeester  jan jansen van der ven den ouden

-       de som van 50-0-0 wegens dat officier en schepenen ordonnantie hebben geslagen op den borgemeester Willem Claessen, dat in zijn rekening van uijtgaaf werderom moet salideren, alsoo de penningen aan de ontvanger betaald, etc

-       de som van 187-0-0 die de ontvanger ingehouden heeft van de schellingen wegens verdiende sallaris van den advocaat en verschot, etc.

-       de som van 38-0-0 gulden wegens het adviesgelt van het Heeseijndt gelijk als bij slot van de ontvanger of advacaat te zien is,

-       de som van 50-0-0 gulden dat de ontvanger ingehouden heeft wegens slot van de rekening van Anton is Ermers als collecteur van de verpondingen

Totaal 1260-5-0

 

Uitgaven:

-       aan diverse personen uitgekeerd wegens het remis van het jaar 1700 de som van 882-4-0

-       voor uitgaaf van de schellingen  de som van 187-0-0, die den ontfanger heeft ingehouden, die de rendant hier is verantwoordende, zo als bij de ontfanck blijkt

-       de som van 38-0-0 die de advocaat van Breugel in gehouden heeft wegesn advies gelt van Willeken en het Heesijndt

-       de som van 50-0-0 door hem verschoten uit de schellingen voor Antony Ermers gelijk aan den ontvangenaar te sien is,

-       de som van 50-0-0 wegens verschot door den ontfanger ingehouden tot voldoening van het restant dat bij het slot van de liquidatie  gedaan inden jaere etc,

-       de som van 52-15-8 wegens wegens de verpondingen van de tiende voor het voorgaande jaar 1700 volgens ordon. Van de Vrouwe van Nuland, op den tient beurder Peter Peters Bijvelt

Totaal 1259-19-8

 

Narekening door Willem Tunnissen

-       de som van 3-13-6 uitgegeven dat de Heer advocaat van Breugel ingehouden heeft voor het advies gelt van Willeken en het Heeseijndt met approbatie van de drost en genoemde advocaat van Breugel.

-       Betaald aan dezelfde voor het overstaan van de eerste rekening van sollisitatiecosten 2-0-0

-       Idem aan dezelfde voor het overstaan van de rekening 6-0-0

-       Aan de vorster volgens ordonnantie 7-10-0

-       Aan de secretaris van de eerste reekening van sollisitatiecosten 2-0-0

-       Aan dezelfde voor het schrijven van de rekening 6-0-0

-       Idem voor zegels 3-3-0

-       Voor de ouditeuren aan Cornelis van Coot 4-0-0

-       Corting voor de Heer Bemonts land 0-15-0

-       Cortingen van de Nulandse straat tiende 7-1-12

-       Beurloon voor de rendant voor de geremitteerde penningen 31-6-0 ( vervalt, moet gebracht worden op het hele corpus en daar van ordonnantie te slaan).

Totaal 73-9-2 gulden.

Waarvan afgetrokken 5 stuijvers en 8 penningen hier vooren meer ontvangen dan uitgegeven, soo komt den rendant suiver te boven als meer uitgegegeven als ontvangen de som van 73-3-10. waarvan aan de rendant ordonnantie van betaling zal worden gegeven om daar mede zijn crediteuren van te kunnen betalen. Op approbatie van de Vrouwe van Nuland.

Tekent: G. Croon, Mart. Kievit, J. van Clootwijk, sub secr.

 

Blz 55 dd 27 december 1706

Compareert Jacob Gijsbers out borgemeester die ter instantie van Lambert en Jan de Wert verklaart waar te zijn dat hij als pachter van de hoeve van Mevrouw de Baronessse van Mombeeck  in Vinkel gelegen en als gewesenen knecht van Tunnis Jorisse sedert 1689 tot 1706 heeft helpen cultiveren , dat in die tijd niemand van de naast aangelegen geerfden hun water tussen de erve van de requirant genaamd de peterselie veldekens en van de hoeve van Mevr. Van Mombeek hebben gelost. Hij zou dit in sijn tijd als pachter ook niet goedgevonden hebben omdat de hoeve daardoor seer beschadigd zou worden.

Tekenen: G Croon, Jan Jansen van der Ven de jonge, Poulus Peters van Osch, J. v. Clootwijk, sub secr.

 

Blz 56 dd 22 december 1706

Compareert Tunnis Jorissen oud ca. 48 jaar, wonend te Geffen, om ter instantie van Jan en Lambert de Wert te verklaren dat hij op de hoeve van Mevrouw van Mombeeck is geboren, en opgevoet, dat hij de hoeve met sijn ouders heeft bewoont en na de dood van zijn vader zelf heeft bewoont circa 31 jaar achtereenvolgens, en in die tijd heeft er nooit enige waterlossinge gelopen tussen de peter selie veldekens en de erve van Mevrouw van Mombeeck, en dat de sloop daar tussen met hout was toegewassen en op een plaats met aarde was toegelegt, om geen regenwater daar door te kunnen lossen. Dit omdat de hoeve daardoor schade zou lijden.

Verklaart verder dat ene Jan Jan Adriaans de Jongh de genoemde peterselie veldekens die hem toen toebehoorden, de voorstaande toegeleijde sloop  om het water van zijn wijcamp ter plaatse gelegen, daardoor te lossen hadden opgegraven, maar dat hij hem heeft geholpen dit weer toe te leggen en dus de genoemd e Jan Jan Adriaans de Jongh het lossen van sijn water daardoor wierde belet, soo heeft hij daarna een andere wegh van lossingen effens den Schijndelschen camp genaamd den Berckcamp en soo voort naar de nieuwe steegh, van de weduwe Geerit Jacob Hens Bosch uitgevonden, sonder te weten off hij daar toe gerechtigd was.

Tekenen: G Croon, Jacop van Gogh, Poulus Peters van Osch J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 57 dd 31 december 1706

Geerit Bastiaans, tegenwoordig borgemeester van Nuland, heeft verklaart schuldig te zijn aan Bouwen en Jan Gielens een som van 100 gulden, a 4%, over een jaar na vandaag terug te betalen.

Tekent:: merk Gerrit Bastiaans, G Croon, Peter Eijmbers van Creijl, Jan Jansen van der Ven de Jonge, J v Clootwijk sub secr.

In marge: betaald aan Jenneke weduwe Boudewijn Gielen, dd 24 april 1727

Blz 58 dd 19 januari 1707

Compareert Jochem Boogaars ca. 60 jaar oud, Claas Aert Herbers omtrent 63 jaar, beide inwoners van Nuland, die ter instantie van Lambert en Jan de Wert het volgdende verklaren:

Jochem dat hij 20 jaar voor kneght heeft gewoond bij Jan Aert De Wert  in den geheugte van Out Vinckel, heeft de peterselieveldekens helpen teullen liggende naast de camp van mevrouw van Mombeek. In die tijd heeft nooit enige water tussen de camp en de peterselie veldekens heeft gelost of connen lossen, omdat de scheijsloot met hout en breemen was toegewassen.

Claas verklaart dat hij ter instantie van Jan Jan Adriaans de Jongh 10 a 11 jaar geleden voor de helft van de posten in de grond staand op de genoemde sloop heeft uitgerooijd , sonder dat daar die tijt enig water door conde lossen.

Tekenen: merk Claas Aert Herbers, merk Joghem Boogars, G Croon, Jacop van Gogh, Poulus Peters van Osch J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 60 dd 19 januari 1707

Compareert Hendriette Chevale, gezond en in leven sijnde, waarvan een acte wordt opgemaakt.

Tekenen: Jan Jansen van Lit, G Croon, Dirck van Clootwijck, secretaris van nuland, Jacop van Gogh, J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 61 dd 26 januari 1707

Compareert Jan Dircx van der Donk, oud ca. 21 jaar en Maria Dircx van der donk, oud ca. 25 jaar, die verklaren ter instantie van Jan en Lambert de Wert dat sij op 8 december laatstleden staende bij een stukske land van Tunnis Arien Martens in vinckel alhier gelegen,  tussen de huisjinge van genoemde Jan de Wert hebben gezien Dirck Willems Vorstenbosch met Handerske zijn vrouw, Hendrick Hendrickx Hanegraaf, Antonis Arien Martens en zijn huisvrouw Peerken, bij de achterdeur van genoemde Lambert de Wert, horende Handerske onder andere seer onstuijmig met scheltwoorden uijtvaerde tegens Lambert de Wert scheldende hem voor een schelm en stuck dief omdat hij haar hijmmelijk met het opstoppen van haar water beschadigde en benadeelt, hadde sij de toegestopte graaf publiek in presentie van de ganse gemeente  weer soude openmaken.

Tekenen: Jan Dircx van der Donk, Marij Hendricx van der Donk, G Croon, Jan Jansen van der Ven de jonge, Jan Jansen van Lit, J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 62 dd 26 januari 1707

Schepenen verklaren dat wijlen Hendrik van Putten in sijn leven coster en  schoolmeester deser HH alhier is gestorven en begraven op 23 december 1706, zonder wettige geboorten nagelaten te hebben,  erfgenaam is zijn weduwe Elisabeth Romijn, die compareert en verklaart volgens het 17e artikel van het placaadt en ordonnantie van den 20e penning  op de successie collateraal dd 24 december 1695, dat haar man zaliger geen goederen of evecte den 20e penn. subject wesende meer heeft nagelaten als een obligaite of schultbrief van 800 gulden, zijnde restant van cooppenningen van vecoste?  huisjinge staande tegen over de nieuwe kerk in sgravenhage.

Tekent: G Croon als drossaard ( boete omdat eerste testament niet was uitgemaakt) Jan Jansen van der Ven de jonge, Jan Jansen van Lit, J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz 64 dd 26 januari 1707

Schepenen verklaren ter instantie van Dirck van Clootwijk secretaris alhier vandaag verzocht te zijn om de eed die Elisabeth weduwe Hendrik van Putten inverband met de 20e penning, waarbij van Clootwijk haar vroeg waarom zij het testament niet heeft gelicht, want die zou tot betaling van het collateraal in den Haag als andersints noodzakelijk van doen had, ze antwoordde dat ze dat morgen zou komen doen.

Tekenen: Jan Jansen van der Ven de jonge, Jan Jansen van Lit.

 

Blz 65 dd 28 januari 1707

Vrijdag 28 januari 1707 heeft de drossaard door den vorster hebben doen convoceeren

Jan Jacob Langens, Geerit Bastiaens, Jan Dircx van der Donk, als borgemeesters,

Cornelis van Coot, kerkmeester

Dirck Jan Frenssen en Hendrick Gijsberts de Bie, Armmeesters

Hendrik van den Dungen, Arien Faessen, gesworene

Jan van der Ven, Heemraat

Leendert Willems van Boeckelt, Jan Huijbers, Jan Lamberts van Bocxtel, Mathijs van Crijll, Jacob Joosten, Hr. En Mr, Abraham van Mil, Claes Jan Huijbers, Sijmen Dircx, Antony Ermers, Adriaan Frans Hoeff, Peter Hendricx Beijvelt, Willem van Roij, Dirck Willems Vorstenbosch, Hendrick Hendricx Hanegraaf en Henrdick Merckus, alle van de gequalifiseerdste ingesetene en geerfden.

De drossaard doet een voorstel om daar over te praten, wat het beste is voor dese gemeente.

nl. dat request van wegens dese gemeente aen haar Hoo: Moo: is gepresenteerd , om remis van slandsmiddelen, dat ook aan dese gemeente mocht worden vergoed de karrevrachten in het leger in het jaar 1705 gedaen, bedragende  1860 gulden, met versoeck dat iemand mocht werden gecommandeert om de voorstaande zaken en sollicitatie in Den Haag te vervolgen, dat Heren schepenen op de 24e deser lopende maand van januari daer over sijn vergadert geweest, dat gemelten drossaard  in geschrifte aen haar heeft overgegeven, den persoon van Peter Eijmbers van Crijl, om genoemde zaak waer te nemen, mits voor vacatie en teer costen niet meer te declareren als 1 gulden en 5 stuijvers per dag, boven de verschot van de vracht en passasie gelt,

En alsoo de schepenen haar daar op niet hebben gelieven te declareren, , soo verzoekt gemelte drossaard dat de genoemde aanwezende comparanten, haar gelieven te expliceeren off sij haar met hem ter saecke voorstaande gelieve te confirmeeren off wel dat een ander bequam persoon bij overstemmingen gelieven te committeren, om voorstaande sollicitatie waar te nemen. Na deliberatie wordt Jan Jacob Langens gecommitteert.

Tekenen: Jan Diercx van der Donk, Merck van Hendrik Hendricx de Bie, Hendrik Jansen van den Dungen, Ariaen Fasen, G Croon, merk van Geerit Bastiaens, Jan jansen van der Ven, merk van Lindert Willems, merk van Jan Huijbers, Mathijs van Creijl, Peter Eijmbers van Creijl, Sijmen Diercx, merk Jacob Joosten, Claas jan Huijbers, Anthonis Ermers, Adriaan Frensse, Peter Hendrick Peters, Willem Tonissen van Roeij, Dierck Willems, mrk van Hendrik Hendrickx, J. van Clootwijck, sub secr.

 

Blz 67 dd         midden in een acte!

…..Ten tweede

Dat gemelten drossaard met grote lankmoedigheid en pasientie aan de schepenen heeft geadresseerd  om seker taucxaet van haar Eerwaarde tot laste van die van het Heeseijnde ter zake van schouwkosten de som van 296 gulden, geoptineert gelieven te verklaren executabel, sonder daar toe te hebben comen geraken, dat des wegen den selven is genootzaakt geweest door de Notaris Oudenhoven aan haar ten fiene voorstaande insinuatie met protest van weijgering van justitie te laten doen, edoch alles te vergeeffs dat den selve sigh daar over bij request aan heeren wethouderen van Den Bosch heeft geadresseerd en brieven van evocatie heeft geobtineert die door de vorster aan haar op den rechtdagh van de 26e van dese maand sijn overgelevert. En alsoo de selve schepenen zijn beschreven om op de jovis rolle van 3 februari aanstaande te compareren, gelijk J Theodorus Lemmingh ter zake van het aannemen van het derde part van de brugge op de Weerscheut insgelijks over weijgering van justitie heeft moeten doen, dat schepenen mede hebben connen goet vinden,  gemelte drossaard bij hunne rescriptie op seker request van dezelfde aan de Raad van Brabant gepresenteerd. Om te hebben mandement van menteniepenaal, mannisieucelijk, te insjurueeren ende dat geschapen staat dat daar door veele onnutte rechtscosten sullen komen te rijsen, soo verzoekt de drossaard dat de aanwijzende Heere comparanten haar gelieven te expliceren of sij soude konnen goetvinden of de procedure van de schepenen tegen hem wordt voortgezet of niet?

Na deliberatie werd goetgevonden dat geen processen tot costen van gemeente ingesetenen gevoerd zullen worden, behalve als alle schepenen en 2 gequalificeerde ingesetene uijt ider rot, dat wel besluiten.

Ten Derde

Dat president Jacob van Gogh en Schepen Poulus Peters van Osch vant comptoir der bede hebben ontvangen de beede van de buijtendijkse landen door de hoo: moo: heren geremitteerd voor de jaren 1700, 1701 en 1702. voor de som van 626 gulden en stuijvers, waarna de drossaard op verzoek van verschillende geinteresseerden en geerfden op 4 november 1705 door den vorster insinuatie met protest aan haar heeft laten doen, om genoemde penningen uit te keren, aan hen die ze betaald hebben, wat ze tot nu toe niet geregelt hebben, wat in strijd is met hun gedane eedt en plicht. En off de comparanten niet zouden goetvinden iemand te committeren om Jacob van Gogh en Poulus Peters van Osch  met ter minne of des noot met middelen van recht tt het doen van rekening bewijs en reliqua van genoemde ontvangen beede te constringeren. Schepenen gaan accoord en benoemen Jan Jan van der Ven den ouden en Jan Jacob Langens.

Tekenen: G. Croon, merk van Jan Huijbers, … claessen? ,,, Ariaan Faesen. J. van Clootwijck, sub secr.

 

Blz 70 dd zaterdag 29 januari 1707

De secretaris Dirck van Clootwijck maakt aan de Heren regenten bekent dat de gemeente protocollen en andere procuratiestukken en documenten mitsgaders gemeentens rekeningen in de Raatcamer sijn opgesloten in een kastje met twee deuren waarvan hij en president iedern eenen sleutel is hebbende.

En alsoo enige documenten er zijn vermist en dat het genoemde kastje niet secuur en is dat den selve wert beactumeert (?) om de vermiste pampieren te … woorden soo ist dat den selve ter rete ampshalve om soodanige calangie net seer out en worpen te wesen, asse die selve documenten bestaande in 15 ingebonden boecken of protocolle met eene scheijde reekening en bedingde stukken op huijden dato uit het genoemde kastje naar sigh genomen om die secuer te stellen.

Tekenen: G Croon, Jan Jansen van Lit.

 

Blz 71 dd 2 februari 1707

Heer officier verklaart de reële en personele boecken van Jan Huijbers en Dirck Willems Vorstenbosch als beurders van de Franse en Spaanse contributien voor het jaar ingaande 15 mei 1704 tot laste van de gebrekelijke betaalders van dien executabel.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Poulus Peters van Osch, Peter Eijmbers van creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de Jonge, Jan Jansen van Lit,  J. van Clootwijck, sub secr.

 

Blz 71 dd 16 februari 1707   ( lastig leesbaar-jvdb)

Schepenen geven op verzoek van Reijnier Plenus, borger en coopman te Den Bosch te kennen

zijn erve gelegen aan de noordkant van het ven op die distantie van 40 voeten de selve gemeente hebben afgepaelt en die volgens de poort haar van den hertog van Brabant te mogen beplanten met nog 5 voeten daar buijten en tot …van het pootelen van een slootjen van 3 a 4 voeten te mogen graven onder die conditie soo op d’een of dander cant getwis meer erfve vereijt wiert (?), als de distantie van 40 voeten, dat gemelten Heer Plenus daar van sal betalen soodanige gebuer cijns overeengekomen sal worden door regenten en geinteresseerden

Tekenen: G Croon, Peter Eijmbers van Creijl, J. van Clootwijck, sub secr.

 

 

 

Blz 72 dd 23 februari 1707

Schepenen verklaren dat er in de gemeente Nuland geen goederen liggen die toekomen aan een persoon die onder de Coninck van Vrankrijck zijn gebied woont.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Mart. Kievit, Peter Eijmbers van creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de Jonge, Jan Jansen van Lit,  J. van Clootwijck, sub secr.

 

Blz 73 dd 8 maart 1707

Adriaan Melten, inwoner alhier,  verklaart schuldig te zijn aan Goijert Rijcke, de som van 92 gulden hercomende de genoemde schuld voor de som van 75 gulden vanwege geleend geld en de rest vanwege verdiend huurloon, als kneght bij Arien Melten, die verklaart in 2 termijnen te gaan betalen: 25 gulden in september en de rest tegen 4% in september 1708.

Tekenen: Adriaan Jan Melten, G Croon, Poulus Peters van Osch, Jan Jansen van Lit, J v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 74 dd 30 maart 1707 rekening bewijs en reliqua

Van Willem Tonnissen van Roij als collecteur van de verpondingen van 1700

Ontvangsten:

-       ordinare verpondingen 1776-0-0

-       extraordinare verpondingen ( vijfde verhoging) 355-4-0

-       oortje per gulden, 22-4-0

totaal 2193-8-0

 

Uitgaven:

In 7 rijsen betaald aan ontvanger Gijsbert van Berestijn 1844-13-0

De ontvangst hiervoor was 2153-8-0

Blijft over 308-15-0

 

Andere ontvangsten:

-       de som van 308-15-0  ( slot van hierbovenstaande), die wegens de heer Beresteijn op de remisse zijn ingehouden

-       de Heer van Breugel heeft wegens de Heer van Beresteijn met de regenten geliquideert en is na affrekening van oncosten nog schuldig gebleven 510-18-2 die bij de rendant van Poulus van Osch sijn ontvangen

Totaal 819-13-2

 

Uitgaven tegens den voorstaande ontvanck wegens restitutie der geremitteerde penningen aan de ingesetenen”

-       gehele remissie bestaat uit 1260-6-0 waaruit aan ieder sijn contingent is betaald na aftrek van 6 stuijvers van de guldentot verval van de oncosten, bedragende de 6 stuijvers totaal 378-2-0, resteert dus 882-4-0 die aan de ingesetene en geerfden zijn gerestitueerd

-       De ontvanck hiervoor beloopt 819-13-2, waardoor de rendant meer uitgegeven dan ontvangen te hebben en wel 62-9-0

 

Andere ontfang van soodanige 6 stuijvers voor iedere gulden als aan de ingesetene zijn gecort tot verval der oncosten van sollicitatie

-       een som van 378-2-0 sijnde de 6 stuijvers van elke gulden

 

Uitgaven:

-       volgens de ordonnantie van de Vrouwe van Nuland wegens de Wolfdijkse Tiende en vijfde verhoging van alle tiende de som van 52-15-0

-       wegens het remis van de tiende aan de Nulandse straat, 7-1-14

-       den drost 1/3 in 125 gulden hem toegevoegt sijnde (= 41-13-6) dogh daarop bij de rendant ingehouden, 38-0-0 die de Heer van Breugel in de liquidatie van de remissie der verpondingen wegens de heer drost hadde afgetrokken over sulcx nogh 3-13-0

-       gecort wegens Bemont land  0-15-0

-       betaald aan vorster Everdingh volgens ordonnantie 7-10-0

-       aan de drost wegens overstaan van de eerste rekening van sollicitatie costen, 2-0-0

-       aan de secretaris voor het schrijven van de generale rekeningvan sollicitatie costen 2-0-0

-       voor de drost wegens het overstaan van de rekening van de verpondingen, 6-0-0

-       aan de secretaris voor het schrijven van dese rekening, 6-0-0

-       voor de gebruikte zegels, 3-3-0

-       aan de selve voor de zegels tot dese rekening dienende 1-15-0

-       aan den rendant voor beurloon vant distribueren der penningen van 1260-6-0, tegen 5 % = een som van 31-6-0

-       voor de verteeringen van de ouditeurs van dese rekening 4-0-0

-       voor acte van publicatie, 1-2-0

-       betaald aan de Hr van Breugel  offte wel op de remissie gecort wegens sollicitatiecosten, een som van 187-8-4

-       doorgestreept: bij de selve ingehouden wegens het slot van de rekening dat bij Antony Ermers was schuldig gebleven, 50-0-0 ( in marge: gerestitueert bij de borgemeester Willem Claesse )

-       bij de selve ingehouden wegens het slot van de rekening dat bij Antony Ermers was schuldig gebleven, 50-0-0

Totaal 366-8-2

 

De rendant heeft meer uitgegeven dan ontvangen, nl 75-3-0

Tekenen: G. Croon, Jacob van Gogh, Poulus Peters van Osch, Peyter Eijmbers van Creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de jonge, Jan Jansen van Lit, J van Clootwijk, sub secr.

 

Blz 88 leeg

 

Blz 89 dd 16 maart 1707 rekening bewijs en reliqua

Door Cornelis van Coot  collecteur der verpondingen over 1701

Ontvangen:

-       gewone verpondingen 1776-0-0

-       vijfde verhoging 355-4-0

-       oortje per gulden 22-4-0

Totaal:  2153-8-0

 

Uitgaven:

-       aan het comptoir van de Hr ontvanger Beresteijn 1025-14-0

-       aan de ingesetenen moeten goed doen het remis van de verpondingen bedragende 1260-6-11 des heeft den rendant ingehouden 6 stuijvers van elke gulden om de sollicitatiecosten uit te vinden die hier na apart werden verantwoord

Totale uitgaaf: 2286-0-11

Er is dus meer utgegeven dan ontvangen, nl. een som van  132-11-11 gulden

 

Andere inkomsten:

-       de 6 stuijvers per gulden totaal 378-2-0

 

Uitgaven in dit kader:

-       betaald met kennis van de regenten aan Beresteijn 22-0-0

-       aan de drost 1/3 van 125 gulden (toegevoegd wegens vacatie de som van 21-13-16?), totaal een som van 41-13-6

-       aan Isaac Oucoop op rekening van executiecosten  de quitt van de vijfde verhoging, de tiende en alsoo hiervoor ten volle is verantwoord den taux 35-16-0

-       de rendant heeft moeten betalen aan oncosten geresen int executeren de pande van de Hr. Beaumont, dat is opgehouden 60-19-0

-       de verpondingen van het zelve 0-15-0

-       betaald aan Hermen Cremers wegens diensten en vacatie voor de regenten gedaan 15-15-0

-       verlooren met het afzetten van de duijten, 7-0-0

-       drost voor het overstaan van dese rekening 6-0-0

-       secretaris voor het schrijven enuijtmaken 6-0-0

-       item voor het schrijven van de rekening van de sollicitatiekosten 2-0-0

-       drost voor het overstaan 2-0-0

-       voor verteeringen gevallen op rekening van de verpondingen 12-0-0

-       voor verteeringen gevallen op rekening van de sollicitatiecosten 4-0-0

-       de secretaris voor de zegels 3-3-0

-       idem voor deze rekening 1-15-0

-       vorster 6-8-8

-       den rendant voor beurloon wegens het remis a 5% (van 1260) bedraagt 31-6-0

Totaal 258-10-4

Totaal meer uitgegeven dan ontvangen de som van 13-1-10

Tekenenen: G. Croon, Jacob van Gogh, Poulus Peters van Osch, Peyter Eijmbers van Creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de jonge, Jan Jansen van Lit, J. van Clootwijk, sub. secr.

 

Blz 95 dd 17 maart 1707

Schepenen verklaren dat de buijtendijkse landen gelegen tussen de somerdijck en de Achterdijck bestaande in Hoij en weij en enige teullanden,  de 6 lopens teulland tegen eenen mergen gerekend, samen groot zijn, volgens het cohier 776 mergen, 228,5  roeije ter goede rekenign ie jaarlijks in de verpondingen betaald moet worden, de som van 1043-12-11 gulden, en het oortje per gulden de som van 13-12-0, tesamen voor het jaar 1705 de som van 1056-13-9 gulden. En sijn de binnendijkse landen bestaande uit teullanden, enige beemden en houtvelden,  groot 250 mergen en 200,5 roeije te betalingen in de verpondingen een som van 732-7-5 gulden, oortjes gelt: 9-3-0, tesamen 742-0-4.

Geen handtekening van de schepenen?!

 

Blz 96 dd 19 maart 1707

Verzoek van Antonis Cornelisse van Altenhuijse als vader en voogt over zijn minderjarige kinderen verwekt bij Catelijn Jan Frensse, zijn vrouw zaliger, om authorisatie om een lening op te nemen op zijn huis, hof en landerijen alhier gelegen, en land te Loosbroek onder Hees gelegen, een som van 150 gulden, om daarmee een obligatie van 125 gulden af te lossen met interest aan Jan Tunissen van Nuland, tot Den Bosch, mede gezien de appt. van 18 maart 1707 met de instemming van de naaste vrienden Arien Nelissen van Altenhuijse, Dirck Jan Frensen, bijde omen van de kinderen, dd 19 maart 1707, schepenen gaan accoord.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Poulus Peters van Osch, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van Lit, J v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 97 dd 20 maart 1707

Compareert Jan Jansen van der Ven den ouden, Heemraad in de polder van der eijgen,  smorgens, omtrent de clocke van 3 uur, die verklaart ten behoeve van zijn zoon Adriaan Jansen van der Ven, verwekt bij wijlen Maria Hendrik Jansen, noch in leven zijnde, afgaan van tochte van 4 lopens en 25 roeije land genaamd den Legen Hoff, ter plaatse op den Wolfsdijck, beneffens erve erfgenamen Heer van Nuland, Schrijver Hoorenbeeck bovennaast, en  de kinderen Gielen Boudwijn benendennaast, strekkende met de ene einde van erve Marike weduwe Peter Jan Claesse, tot op de gemijne straat met de andere eijnde. Verder ook 14 hont wijland op de Doncken alhier gelegen, beneffens de Goorsteegh, bovennaast en de erve van de voornoemde comparant en de kinderen Gielen Bouwens benedennaast, strekkende met ene einde van de erve het convent  van de Tolbrug, tot op de erve Jacob Evers en de kinderen Gielen Bouwens aan het andere eind.

Tekenen: Jan Jansen van der Ven, G Croon, Peter Eijmbers van Creijl, Jan Jansen van de Ven de jonge,  J. v. Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 98 dd 30 maart 1707

Schepenen verklaren zich sterk te maken voor Jacob van Gogh als gelover op de Brugh van de Weerscheut in den jaar 1706, voor dese gemeente daar voor gelooft, voor twee parten, geloovende alle de costen en schaden daer over sijn en mochten komen, met hem Jacob van Gogh, neffens hem te sullen afdoen, op verbant van ond persoon en goederen.

Tekenen: Jacob van Gogh, Poulus Peters van Osch, Peter Eijmbers van Creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van de Ven de jonge,  Jan Jansen van Lit,J v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 99 dd 2 april 1707

Compareert Matijs van Crijl out schepen, Jan Jaocb Langes, tegenwoordig borgemeester, en Mr. Juriaan Everdingh, mr. Sjurrisijn ende vorster alhier, die ter instantie van Jacob van Gogh, president, hebben verklaart dat op de 16e maart laatstelden ten huijse van Cornelis van Coot, inwoner alhier, Jan Jansen van der Ven, out president en nu heemraad in haar gezelschap sijnde, onder andere discourse hebben horen seggen, dat hij “Jacob van Gogh, was kennende voor een eerlijk man”, die daarop de hand verlangde van Jacob van Gogh. Van Gogh zei daarop een kan genever te geven en die samen geconsumeert hebben.

Tekenen: Mathijs van Creijl, Jan Jacob Langes, J Everdingh, G Croon, Peter Eijmbers van Creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, J v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 100 dd 10 april 1707

Compareert Handerske Jorissen, 40 jaar, wonend te Heesch, en Jacob Jan Timmers, 35 jaar, wonend te Out Vinckel, die verklaren ter instantie van Jan en Lambert de Wert,

Handerske verklaart geboren en opgevoed te zijn op de hoeve van mevrouw de baronesse van Mombeeck, in Vinckel, en dese hoeve heeft bewoont met haar ouders, broer Tunnis Jorrisen en knegt Dirck Willems van der Donck voor de tijd van 28 jaar. In die water was er nooit enige waterlossing heeft gelopen tussen een stukske land genaamd de peterselie veldekens en de erve van de hoeve van mevrouw van Mombeeck, er lagh wel een doode schijtsloop daar tussen, die met hout was toegewassen, sonder daar daar regenwater van den bovenlanden aan de noordkant neffens de vinkelse weteringh gelegen. Jacob Jansen als pachter van de hoeve van de Heer Casterius gelegen aan de noordzijde van de Vinkelse Wetering in Outvinckel verklaart dat het water van het land genaamd het berckvelt en den wijcamp tot die hoeve gehorende noordwaarts neffens de voornoemde wetering aangelegen sijnde sijnen cours en lossinge heeft gehad in de genoemde wetering, sijnde de moeder revier door outvinkcel lopend soo en gelijk alle landerijen van wederzijds de wetering aangelegen insgelijk haar water daar in moeten lossen, en dat soo nederwaarts door rosmalen, neffens het couwaters cloosteren soo in de revier de Aa, lopende soo langs en door de stad Den Bosch in de Dies tot in de Maese.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Jan Jansen van der Ven de Jonge, J v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 102 dd 13 april 1707

Compareert Jan Bastiaans oud 45 jaar wonend te Geffen, om ter instantie van Jan en Lambert de Wert te verklaren dat hij 25 jaar geleden zich voor knecht heeft verhuurt bij Joris Tunnissen, pachter van de hoeve die tijt competerende Jonker de Jeger, en tegenwoordig mevrouw de Baronnese van Mombeek, dat hij 6 achtereenvolgende jaren daar gewoont heeft en de hoeve helpen cultiveren en in die tijt geen water van de naast gelegen landen heeft gelost of konde lossen door een schijtsloop die met houdt toegewassen wa, gelegen seker akkerken de peterselie veldekens en de erve van Vrouwe van Mombeek, voornoemt genaamd de Rijshoeve. Hij is daar in die tijd dagelijks geweest en zag dat er een dam was in die sloop omtrent de hoogte van  de wal van genoemde peterselie veldekens toegemaakt.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Jan Jansen van der Ven de Jonge, J v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 104 dd 2 mei 1707

Schepenen machtigen Poulus Peters van Osch en Corstiaen Gerits Beijvelt, als bedienende het borgemeestersampt over den geheugte van Vinckel, omme tot betaling van deses gemeenten schulden tot Den Bosch op interesse mogen negotieren en opnemen een som van 150 gulden.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Mart. Kievit, Peter Eijmbers van Creijl,  J v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 105 dd 2 mei 1707

Onder condities verpacht Hr. Johan van IJperen voor een jaar aan Willem Jan Huijbers huis hof en aangelegen land met een streep land zuidwaarts daar tegen over gelegen, verder een acker lants aan schotsheuvel genaamd het Mouwerse, voor 42 gulden per jaar, verder een zak rogge aan de H. Geest of de Heer van Deurne te Den Bosch, “in geval van Heer Cracht, hagelslagh  of inondatie”, zal toch betaald moeten worden,

In marge 16 juli 1712 Willem Jan Huijbers laat quitantie zien van het jaar 1708

Tekenen:  J van IJperen, merk Willem Jan Huijbers, G Croon, Poulus Peters van Osch, Jan Jansen van der Ven de Jonge, J v Clootwijck, sub secr.

 

Blz 108 dd 19 mei 1707

Schepenen verklaren dat als Poulus Peters van Osch of Corstiaen Gerits Beijvelt als borgemeesters over Vinckel  in plaats van Jan Dircx van der Donk, daardoor enige bankroete of Schaede mochte comen te rijsen die niet door eigen nonchalantie werd veroorzaakt, dat de schepenen pro quota een deel van de schuld sullen betalen.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Mart. Kievit, Peter Eijmbers van Creijl, Jan Jansen van der Ven de Jonge, Jan Jansen van Lit, Poulus Peters van Osch, Corstiaen Gerits Beijvelt, J. v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 109 dd 25 mei 1707

Questie en proces was geresen tussen Lambert de Wert, Jan Jansen de Wert, en drossaard Croon aan de ene kant als aanleggere, en Dirck Willems Vorstenbosch en Hendrik Hendricx  Hanegraaf c.s. aan de andere kant,

En tevens een proces tussen Lambert de Wert voornoemd aan de ene kant en Handerske, Handricx Hanegraaf en Dirck Willems Vorstenbosch als haren man aan de andere kant in zake insjurie geinthimeerdens, waarvan veel onnutte proces costen stonden te komen. Door tussen spreken van Hr Servaas Verhoffstad en Jan Jacob Langens, verklaart Dirck Willems Vorstenbosch dat hij aanstonts wegens de beide proces kosten zal betalen 70 gulden en dat Dirck verklaart Lambert de Wert te kennen voor een eerlijk man, verder is ieder aansprakelijk voor de verdere eigen proces kosten, ze mogen verder geen water lossen langs de Peter selie veldekens, Drost en officier zullen hun beste doen een goede uitweg te vinden voor het water.

Tekenen: G Croon, voor zichzelf en sterk voor Lambert en Jan de Wert, Dirck Willems voor zichzelf als voor swagers Hendrik Hendricx en Teunis Arijaen Martens, Peter Eijmbers van Creijl, J. v. Clootwijck sub secr.

 

Blz 111 dd 24 juni 1707

De drossaard heeft doen dagvaarden Willem Tonissen van Roij, om den eed als borgemeester af te leggen, die dit opnieuw weigerde te doen, op pretext niet op de lijst van de nominatie bij Heeren Schepenen gestelt geweest, en meer andere redenen hem daartoe moverende, waarover de drossaard heeft geprotesteert van kosten, schade en interesse die dese gemeente daardoor soude mogen overcoomen.

Tekenen: Corstiaen Gerits Beijvelt, G Croon, Jan Jansen van Lit, J v Clootwijck, sub secr.

 

Blz 111 dd 24 juni 1707

Drossaard heeft doen dagvaarden Willem Tunnissen van Roij, om de eedt als borgemeester af te leggen, omdat hij dit opnieuw had geweijgert, omdat hij zei niet op de lijst van de Heeren Schepenen had gestaan en meer andere redenen, drossaard protesteert vanwege de costen en schade die hiervan kan komen.

Tekenen: G. Croon, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van Lit, J v Clootwijck, sub secretaris.

 

Blz 112 dd 11 juli 1707

Questie en verschil was geresen voor de Raad van Staten van de Verenigde Nederlanden tussen Schepenen en regenten van Nuland aan de ene kant en Jan van der Ven, gewesene borgemeester en nu Heemraad aan de andere kant, ter zake een executie costen door de deurwaarder De Visser, wegens het comptoir van de bede tot laste van dese gemeente gedirigeert als mede over het remis van de bede van de buijtendijkse groeslanden van den jaare 1700, 1701 en 1702, en om onnutte verdere costen te voorkomen so ist dat Jacob van Gogh en Poulus Peters van Osch geasissteert met de Heer en Mr. Gerard van Breugel, advocaat en Jan van der Ven geasisteert met Hr. En Mr. Everaert Tullekens advocaat en griffier der stad Den Bosch, na dat partijen verscheijde comparitien op den 7,8,en 9e juli voor de heren gedeputeerd sijnde op de verpachtingen der tiende binnen Den Bosch hebben gehadt, door tussenspreken van dhr. G Croon, drossaart van Nulant, met den anderen zijn verdragen dat Jan van der Ven met de executiecosten van genoemde Deurwaarder de Visser, niet sal worden belast en bezwaart. Dat hij van sijn groeslanden egeene remis van de drije jaren beede  en sal pretendeeren ter oorzaake dat bevonden wert dat de ingesetenen van Nuland uijt de personele omslagh de genoemde  3 jaren beede aent comptoir hadde hadden betaald, en tot wiens behoeve en betalinge van gemeene schulden  en lasten deselve penningen volgens gedane rekeninge ook sijn geimplojeert dat voortaan de beede als sijnde een reële last over allen de landen van Nuland verpondingsgewijs sijnde 1/5de part van de verpondingen sullen moeten omgeslagen ende door de borgemeesters gecollecteerd werden. Waarmeede de voorstaande procedure sullen doot off en te niet wesen  ende dat met compensatie van costen van de Vrouwe van Nuland ende dat alles op approbatie van de 5 leden.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Poulus Peters van Osch, Jan Jansen van der Ven, Peter Eijmbers van Creijl als getuijge, Jan Jansen van der Ven de jonge als getuijge, Jan Jansen van Lit als getuige. J v Clootwijck, sub secr.

 

 

 

 

Blz 114 dd 23 juli 1707

Pertinenten staat van alle capitale en renten tot last van de corpus van Nuland, in conformiteit met de resolutie van de Raad van Staten dd 26 januari 1707 en aan het comptoir der domijnen van Brabant overgelevert

  1. 2 september 1668 een som van 227 gulden a 5%, opgenomen van Jan Hendrik Sijmons, nu houdend aan diens weduwe,
  2. 8 mei 1673 ook opgenomen 100 gulden a 5 %, ook aan voorgenoemde weduwe,
  3. rente van 100 gulden capitaal opgenomen tegen 5%, dd 8 mei 1673, nu betaald werden aan Handerske, weduwe Jan Hendrick Sijmons,
  4. 30 juli 1673 een som van 100 gulden tegen 5%, nu betaald aan Claes aent Hoogh  ( in marge voor de armen van Nuland 1725)
  5. 2 april 1674 een som van 400 gulden a 5% van Antonis aent Hoogh, nu  behorend aan Claes Aent Hoogh c.s. ( in marge voor de armen van Nuland 1725)
  6. 28 februari 1675 een som van 500 gulden a 5%, opgenomen van Jan Hendricx, houder nu is Symon Handricx, (in marge het onmondige kind van Joost van den Heuvel 1725)
  7. 20 mei 1676 een som van 500 gulden a 5%, opgenomen van Maijken van Geffen, houder nu is Caterina van Ravesteijn, ( nu desselfs erfgenamen, Catharina van Geffen, weduwe van Ravesteijn, 1725)
  8. 8 mei 1677 een som van 600 gulden a 5% van Antonis aent Hoogh, nu  behorend aan Claes aent Hoogh c.s. ( den armen van Nuland 1725)
  9. 17 mei 1678 een som van 100 gulden a 5%, opgenomen van Roeloff Tibosch nu behorend aan dezelfde
  10. 17 mei 1678 een som van 400 gulden a 5%, opgenomen van de weduwe Lambert van Geffen nu behorend aan Catarina van Ravesteijn, ( nu juff Catarina van Geffen, weduwe van Ravesteijn, 1725)
  11. 11 juni 1681 een som van 800 gulden a 5% van Jan Hendrik Melten, nu behorend aan Dries Hendricx van der Ven,
  12. 15 januari 1682 een som van 300 gulden capitaal a 5% van Geerit Huijbers, nu behorend aan Willem Tunnissen ( afgelost in 1725)
  13. 27 januari 1682 een som van 300 gulden a 5%, opgenomen van Antonis Aent Hoogh, nu behorend aan Claes aent Hoogh c.s.
  14. 8 mei 1682 opgenomen een som van 300 gulden van Geerit Huijbers, nu behorend aan Willem Tunnissen ( afgelost in 1725)
  15. 9 oktober 1682 een som van 600 gulden a 5%, opgenomen van Hendrick van Ballicum, nu betaald aan de weduwe Peter van Orten
  16. 4 april 1683 een som van 500 gulden a 5%, opgenomen van Antonis Aent Hoogh, nu behorend aan Claes aent Hoogh c.s.
  17. 2 oktober 1683, een som van 300 gulden van antonis aent Hoog, nu behorend aan Claes Aent Hoogh, c.s.
  18. 10 maart 1685 een som van 600 gulden a 5%, opgenomen van Antonis Aent Hoogh, nu behorend aan Jan Hendricx aent Hoogh, ( 1725: erfgenamen Claes Aent Hoogh)
  19. 6 maart 1688 een som van 400 gulden opgenomen van Mej. Cornelia Tielius, nu behorend aan  Roeloff van der Keer  ( 1725: afgelost)
  20. 12 december 1688 een som van 300 gulden a 5% van antonis aent Hoog, nu behorend aan  Tonis Jansen (Groenendaal) ( 1725 diens erfgenamen)
  21. 12 december 1688 een som van 300 gulden van antonis aent Hoog, nu behorend aan Claes Aent Hoogh, ( 1725 erfgenamen)
  22. 21 december 1688, een som van 1000 gulden a 5%, opgenomen van Antonis Aent Hoogh, nu behorend aan de armen van Nuland, ( 1725 Claes Aent Hoogh)
  23. 14 februari 1689 een som van 600 gulden a 5%, opgenomen van Antonis anet Hoogh, nu behorend aan Claes aent Hoogh, ( erfgenamen)
  24. 14 februari 1699 (?) opgenomen van Claes aent Hoog 600 gulden a 5%, nu te betalen aan Claes aent Hoogh ( erfgenamen)
  25. 7 maart 1689 een som van 700 gulden a 5%, opgenomen van Antonis Aent Hoogh, nu behorend aan Jan Hendricx aent Hoogh,
  26. 16 maart 1689 een som van 1000 gulden a 5%, opgenomen van Maijken van den Ancker, nu behorend aan Caterina van Ravesteijn,
  27. 25 juni 1689 een som van 300 gulden a 5%, opgenomen van de weduwe Aert Tijbosch, nu behorend aan Aert Tijbosch
  28. 25 juni 1689 een som van 250 gulden a 5%, opgenomen van Elsken weduwe Gerit van Lit, nu behorend aan Goijert van Grinsven ( 1725 Corstiaen Gerits Bijvelt)
  29. 30 juni 1689 een som van 500 gulden a 5% opgenomen van Maijken van Geffen, nu behorend aan Anna van Geffen,

Tekenen: Jacob van Gogh, Poulus Peters van Osch, Peeter eijmbers van Creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de jonge, Jan Jansen van Lit, J. v. Clootwijck sub secr.

 

Blz 128 dd 3 augustus 1707

Croon als drossaard uit kracht de 92 artikelen van de ordonnantie van het Clijn Zegel, gevisiteert alle gesloten publieke rekeningen, breeder gespecialiseert in den 20e  artikel , en werd bevonden dat die voor een groot deel niet naar behoren zijn gepasseert. En heeft den substituut secretaris Johannes van Clootwijck, daarover ingevolge artikel 47,  becalangeert, naast ook president en schepenen.

Tekenen: G. Croon, Peeter eijmbers van Creijl, Poulus Peters van Osch, Mart. Kievit, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan jansen van der Ven de jonge, Jan Jansen van Lit, Willem Klaessen, Adriaen Franssen, C van Gogh, Derck ter Broeck, Adriaan Faessen, merk Jan Peters, J.  v. Clootwijck sub. Secr.

 

Blz 129 dd 7 augusts 1707

Schepenen en naburen van Nuland machtigen Jan Dirck Spierings en Jan Jansen quack als beurders van de Franse contributien om ergens op te nemen een som van 300 guldenom daarmee – wegens de onmacht van de armen ingesetenen van Nuland- te voldoen de acherstand.

Tekenen: G Croon, Jacob van Gogh, Peeter eijmbers van Creijl, Jan jansen van der Ven de jonge, J. v. Clootwijck sub secr

 

Blz 130 dd 15 augustus 1707

Registratie van een acte luijdende van woort tot woort

“alsoo Jan Jansen van der Ven, oud president van Nuland op 11 juli 1706 in zeker geselschap heeft hij Poulus Peters van Os en Jacob Jansen van Gogh uijtgemaakt voor schelmen. Ze (?) willen niet dat mensen belasterd worden, waarmee de regenten vaak samenwerken. De vorster wordt verzocht naar het huijs van Van der Ven den Ouden te gaan en hem uit naam van de insinuanten aanseggen dat ze hem van der Ven voor een schelm en eerdief, lasteraar en ondeugend mensch,  sullen houden, zolang hij zijn schelden den reghten genoeg sijnde bewesen sal hebben. De vorster moet van den Ven een kopie geven, verder zullen ze de acte in het protocol laten opnemen. De vorster wordt gevraagd wat de reactie van Van der Ven is. Acte dd 1 augustus 1707, tekenen Poulus Peters van Os en Jacob Jansen van Gogh”

Op verzoek van beiden geregistreerd ten overstaan van schepenen.

Tekenen: Martin Kivit, Peter Eijmbers van Creijl, J. van Clootwijck, sub. Secr.

 

Blz 132 dd 17 augustus 1707

Schepenen doen cond dat wij op het te kennen geven van de naaste vrienden van willem, soon van Willem Emons van Vlijmen verwekt bij Sijke Jacob Langens tot voogden hebben aangesteld Jan Jacob Langens oom van moeders wege als administrerende  en Rut van Vlijmen, ook van vaderswege als toensiend voogd.

Tekenen: G. Croon, Jacob van Gogh, Peeter Eijmbers van creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de Jonge, Jan Jansen van Lit, J van Clootwijck, sub. Secr.

 

Blz  133 dd 29 augustus 1707  ondervraging

Ter instantie van G. Croon van de volgende personen:

-       Jan van der Ven den Ouden

-       Willem Westerlaecken, Heemraden

-       Hendrik van den Dungen,

-       Antony Peters

-       Jan Cortie

-       Claas Janse van Boeckelt

-       Willem van Roij

-       Matijs van Crijl

-       Jan Poulisse

-       Jan Lambers van Veggel

Ze verklaren allemaal op 28 augustus 1707 met schuppen en spaden op de agterdijk en kepkensdonkdijk onder dese Jurisdictie te sijn geweest met den Stadthouder van Rosmalen om sorge te dragen dat de polderlanden van Nulant, rosmalen en Orten genaamd den polder van der Eijgen niet door het opperwater werden geinundeert.

Dat ze op die dag omtrent 10 a 11 uur een hoop menschen op Kepkensdonkdijk gewapent met roers, schuppen en spaden, als andersints.

Ze hebbemn gezioen dat deze mensen de Kepkensdonksdijk en Agterdijk op verschillende plaatsen met gewelt tegen hun wil en dank hebben doorgesteecken met bedrijgingen haar te willen dootschieten. Matijs van crijl verklaart dat een persoon een blauwen keel aan had, was Swart van haar, geel van verwe, hem dreigende met het roer in de hand hem doot te schieten seggende “gaat weerom off ick sal u doot schieten”en Matijs tegen hem zei: “leg het roer af en defendeert u met het geweer tgeen ick heb. Datter nog meer anderen waren met roers zonder hen gekent te hebben, behalve Bruijst Dirck Gosens en Iwen de Loijer.

Jan van der Ven had herkent een soon van Dirck Gosens, Hendrik van den Dungen herkende hem ook, Antony Peters heeft ook Bruijst Dirck Gosens herkent te hebben, Claas jansen had naast hem ook Hendrik Willem Jan Uijen gekent, verder Jan Willem Jacobs Coren, en een persoon met een blouwen keel, niet beters te weten dan dat die was op de bedelaars gaet te Osch. Willem van Roij herkende ook Bruijst Dirck Gosens, evenals Jan Poulisse, die ook Ijwen de Looijer herkende. Jan Lambers heeft ook de voorgaande herkent maar ook Hendrik Willem Jan Udo.

Tekenen: Jan Jansen van der Ven de Jonge, Mart. Kievit, J van Clootwijck, sub secr.

 

Blz 136 dd 31 augustus 1707

Schepenen doen cond dat zij ter instantie van Hendrik de Booij in aanwezigheid van Jan van der Ven Heemraad, zich hebben begeven naar een sekere camp genoemd “de hoge Donk” aan Kepkensdonkdijk toebehorend aan De Booij, en zagen daar dat 6 roeijen eerden en groese is uitgesteecken, ende gebruikt tot den doorgesteken Kepkendonkdijk, naast de Osse brugh, waarvan de aarde is getaxeert op 4-10-0, (inclusief de jura voor officier en schepen, secretaris en heemraad en de vacatie van de requirant.

Tekent: G. Croon, Peeter Eijmbers van creijl, Jan Jansen van der Ven de Jonge, J van Clootwijck, sub. Secr.

 

 

 

Blz 137 dd 2 september 1707

Compareert voor Schepenen Jan Jansen van der Ven, Heemraad van Nulant in de polder van der Eijgen, die verklaarde met grote bevreemding ondervonden te hebben dat Jacob Jansen van Gogh en Poulus Peters van Osch hebben comen goetvinden een sekere acte van reprosse insjurie aan hem door de vorster laten insinueeren op den 4e augustus ende tot een eeuwige memorie ten protocolle alhier registreren op den 15e laatstleden temeer dat op den 9e juli 1707 door tussenspreken van gen. Drossaard Croon ten huijse van Juffr. Caet de Langh  tot Den Bosch present de Heer advocaat en griffier Tullekens, Heer advocaat van Breugel, van Gogh en van Osch, alle questie en verschil ider met een glas wijn in de hant, en d ‘een dandere toegebrocht en afgedronken hebben.

Van der Ven verzoekt nu de schepenen om ook een eeuwige acte en memorie te maken en te laten registreren. Hij laat een acte woordelijk optekenen waarin hij van Gogh en van Osch Schelmen noemt en MinEdiegen omdat ze bij een straat schouw geen recht deden bij suffisante attestatie, etc etc.

Tekenen: G. Croon, Peeter Eijmbers van Creijl, J. van Clootwijck, sub. Secr.

 

Blz 139 dd 7 september 1707

Alsoo kwestie en proces was ontstaan tussen wijlen de Heer van Nuland Cornelis Gans, als arrestant en aanleggere aan de ene kant en Dirck Claessen van Heesch gearresteerd en verweerder aan de andere kant,

dat Dirk Claessen sich bij request ten siene van relaxatie aan de Raad van Brabant had geadresseert, dat de Heer van Nuland, daar tegen gereschribeert hebbende, de Raad de Heer van Nuland op 21 november 1691 hadde geordonnneert den suppliant cost en schadeloos uit den arrest te ontslaan. De kosten werden getaxeert op 120-1-0 gulden, dd 11 september 1692,

dat schepenen van Nuland als aanleggere ter ene zijnde tot last van genoemde Dirck Claessen c.s. als gedaagden ter andere zijde provisionele sententien van genoemde Raad dd juni 1692 ook hadde geobtineert, waar bij den selve was gecondemneert als erfgenaam van sijn vader Claas Dircx van Heesch proquota aan de gemeente van Nuland te betalen een som van die hij in die tijd als president van Nuland vant comptoir van de Heer van Deurne volgens quitantie over extraordinaire verpondingen van slands tiende hadde ontfangen, gereseveeert de costen, ten uijteinde van genoemde procedure ten principale en alsoo sekere acte van compromis dd 7 december 1692 bij genoemde partijen was gepasseert bij de Heer Gargon ende Petrus Bollen waren gecommiteerd ende tot arbiters geeligeert, om de zaak af te handelen,

dat deselfe daarop hun uitspraak op 22 maart 1694 hadde gedaan , dat gemelten Dirck Claessen sustineerde , dat sijne zaken contra den Heer van Nuland daar niet in gecompreheert sijn geweest,

dat er een nieuw verschil was geresen, tussen hem en mevrouw de Douagiere van Nuland, voor de genoemde raad, en om verdere kosten te voorkomen is het dat genoemde Mevrowu Douagiere met schepenen en regenten aan de ene kant en Dirck Claessen aan de andere kant nu tot arbiters hebben aangewezen Matijs van Crijll, Peter Eijmbers van crijll en Willem Jansen Quack, out president te Geffen,

Tekenen: Dierck Claessen, J Maria Tromp weduwe van de Heer van Nuland, G. Croon, Martin Kievit, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van der Ven de Jonge, Jan Jansen van Lit, J van Clootwijck, sub. Secr.

 

Blz 143 dd 13 september 1707

Schepenen verklaren dat zij ter instantie van verscheijde geïnteresseerde gedijkslaagde van de doorgesteeken dijken van kepkensdonk en agterdijk , onder de jurisdictie van Nuland gelegen, en op den 28e augustus door ingesetenen van Osch op drie verschillende plaatsen, vandaag door de Heemraad van der Ven gevisiteerd en maken van een taxatie van de te maken kosten:

-       12 voeten kepkensdonkdijk naest de Osse brugh noortwaarts gelegen van Dirck Crijnen iedere voet op 2-10-0

-       12 voeten daar naast aangelegen competerende Corstiaen Gerits Beijvelt en merike weduwe Dirck Spierings, elke voet op 2-0-0

-       Hijlken weduwe Bastiaan Peter Rulens vier voeten iedere voet 1-10-0

-       De armen van Nuland 3 voete, iedere voet 1-5-0

-       De weduwe Jan Wouter Aarts de Haas, drie voet, de voet 1-0-0

-       De Kerk van Geffen zuidwaarts neffens de grote Brugh, zes voete, iedere voet 1-0-0

-       De armen van Nuland, 8 voeten daar nevens, iedere voet 1-0-0

-       Jacob van Gogh, 1,5 voet daar nevens, iedere voet 1-0-0

-       De Heer Casteren, westwaarts neffens de grote Brugh 24 voeten, iedere voet 1-5-0

-       Het capitel van St Jan 26 voeten, iedere voet 1-5-0

-       Convent van de clarisse 42 voeten, iedere voet 1-5-0

Tekenen: G Croon, Jan Jansen van der Ven de jonge, J van Clootwijck, sub. Secr.

 

Blz 145 dd 21 september 1707  rekening bewijs

Door Jan Dirck Spierings en Jan Jansen Quack den ouden als beurders van de contributien over dese HH van Nuland voor het jaar eindigend 15 mei 1707

Ontvangen:

-       de reële omslag volgens de cohieren 932-8-0

-       de personele omslagh over de ingesetene gedaan 433-4-0

totaal 1365-12-0

 

uytgaven:

1e capittel: betaald aan het comptoir der contributie

-       aan het genoemde cantoor volgens specificatie van de Heer van Breeij, dd 19 september 1707, de som van 1087-16-0

2e cappitel van uitgaven:

-       aan de Heer van Hesewijck als kwartier schout van Maeslant, 16-10-12

-       aan Cornelis van Coot volgens rekening 6-0-0

-       aan de secretaris volgens quitantie 7-18-14

-       aan Notaris Theodorus van Asten 3-12-0

-       aan notaris Bos, 1-13-0

-       an de clerck van de Heer van Deurne, 0-11-0

-       Jan Jansen quack rendant voor vacatie 1 augustus te Den Bosch  l.l. de som van 0-12-0

-       Idem met de president naar Den Bosch op 6 augustus 0-12-0

-       De drossaard 16-5-4

-       De sub secretaris 9-9-12

-       Drossaard voor het overstaan van de rekening 6-0-0

-       Secretaris voor het schrijven en dubbelleren 6-0-0

-       Zegels 1-15-0

-       Cornelis van Coot voor verteeringen van de heren ouditeuren en rendanten in plaats van vacatie 6-0-0

-       De rendanten voor haar tantieme 68-6-0

-       De vorster voor de daegementen, convocatien, en publicaties, 6-6-0

-       De rendanten wegens een jaar interest van 500 gulden die zij hebben moeten opnemen van de schepenen van Nuland 25-0-0

-       President van Gogh 3-4-0

-       Peter Eijmbers van Crijl voor 2 dagen vacatie 1-4-0

Totaal 1268-9-10

Aan de Heer van Breeij 4-0-0

 

De rendantem blijven schuldig te betalen aan de gemeente de som van 93-2-6

Postia aan de clecrk van de Heer van Breeij 5-0-0

Tekenen: G. Croon , Jan Jansen van der Ven de jonge, Jacob van Gogh, Peter Eijmbers van Creijel, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van Lit, J van Clootwijk, sub secr.

 

Blz 151 dd 24 september 1707

Kwestie en vesrchil was geresen tussen Jan van der Ven oudpresident en tegenwoordig Heemraad van de polder van der eijgen aan de ene kant en Jacob Jansen van Gogh  tegenwoordig president en Poulus Peters van Osch, schepenen van Nulant, aan de andere kant,  ter saecke van injurie opgevolghde insinuatien met protest, en registrature ten protocolle van deselve actens vise versa laeten doen en alsoo geschapen, stont daardoor processe in cas van reparatie van injurie te sullen ontstaan, en om soodanige onnutte costen en andere onhijlen te voorkomen, soo ist dat genoemde partijen door tussen spreeken van de Heer drossaard G Croon, zijn verdragen en overeen gekomen dat sij van weder sijde te weten d’een dander te kennen voor eerlijke luijden gelijk doen crachtens deze, consenterende en verzoekende dat gemelte heer officier neffens schepenen dese acte ondertekent, hebbende de geregistereerde actens sullen vermogen in haere presentie te roijeren door te halen en met geplect pampier te bedekkensodanig dat deselve niet en sullen connen gelesen worden, dat ook de originele actens van insinuatie met de copien  d’een dander laten doen ende overgelevert door haar sullen werden gescheurt en verbrant, en dat alles met compensatie van costen, sonder enige pretentie meer op de ander te hebben, onder expresse conditie dat die geene die de genoemde differente wederom sullen comen op te halen, om d’een dander daarmede te beledigen, of te injureeren, sal opleggen en betalen aan de armen van Nulant een boete van 25 gulden.

Tekenen: Jan Jansen van der Ven, Jacop van Gogh, Poulus Peters van Osch, G Croon, Peter van creijel, Corstiaen Gerits Beijvelt, J van Clootwijk, sub secr.

 

Blz 153 dd 3 oktober 1707

Schepenen verklaren voor de notabelste ingelanden van den polder van der Eijgen dat door het doorsteken vam de kepkensdonkdijk en achterdijcken onder dese HH op de 28e augustus 1707 door een trop menschen van Osch, soo geseght werd, de polderlanden van Nuland en Rosmalen zijn geinondeertdat voor een deel het hooigewas en de gehele naschaer is verloren gegaan.

Tekenen: G Croon, Poulus Peters van Osch, Peter Eijmbers van Creijl, Corstiaen Gerits Beijvelt, Jan Jansen van Lit, J van Clootwijk, sub secr.

 

Blz 154 dd 3 oktober 1707

Questie en proces was geresen tussen de Heer van Nuland als arrestant en aanlegger aan de ene kant

en Dirck Claessen van Heesch gearresteerd als verweerder

dat Dirk Claessen sich bij request ten siene van relaxatie aan de Raad van Brabant had geadresseert, dat de Heer van Nuland, daar tegen gereschribeert hebbende, de Raad de Heer van Nuland op 21 november 1691 hadde geordonnneert den suppliant cost en schadeloos uit den arrest te ontslaan. De kosten werden getaxeert op 120-1-0 gulden,

dat schepenen van Nuland als aanleggere ter ene zijnde tot last van genoemde Dirck Claessen c.s. als gedaagden ter andere zijde provisionele sententien van genoemde Raad dd juni 1692 ook hadde geobtineert, waar bij den selve was gecondemneert als erfgenaam van sijn vader Claas Dircx van Heesch proquota aan de gemeente van Nuland te betalen een som van die hij in die tijd als president van Nuland vant comptoir van de Heer van Deurne volgens quitantie over extraordinaire verpondingen van slands tiende hadde ontfangen, gereseveeert de costen, ten uijteinde van genoemde procedure ten principale en alsoo sekere acte van compromis dd 7 december 1692 bij genoemde partijen was gepasseert bij de Heer Gergon ende Petrus Bollen waren gecommiteerd ende tot arbiters geeligeert, om de zaak af te handelen,

dat deselfe daarop hun uitspraak op 22 maart 1694 hadde gedaan , dat gemelten Dirck Claessen sustineerde , dat sijne zaken contra den Heer van Nuland daar niet in gecompreheert sijn geweest,

dat er een nieuw verschil was geresen, tussen hem en mevrouw de Douagiere van Nuland, voor de genoemde raad, en om verdere kosten te voorkomen is het dat genoemde Mevrowu Douagiere met schepenen en regenten aan de ene kant en Dirck Claessen aan de andere kant nu tot arbiters hebben aangewezen Matijs van Crijll, Peter Eijmbers van crijll en willem Jansen Quack, out president te Geffen, op 7 september 1707, en hebben alle geschriften en bescheijden gezien, inmiddels is de kwestie al 15 /16 jaar oud, is de Heer van Nuland al dood, en moet er opnieuwe gekeken worden naar een rekening van pretentie en contra pretentien, tegen elkaar en verder enige afgekochte boomen met verdere acten van dien, mede gezien advies van Drossaard Croon, besluiten nu dat mevrouw de Douagiere zullen betalen aan Dirck Claessen van Heesch een som van 100 gulden eens, met compensatie van de costen van het laatste proces. Waarmee alle eisen naar elkaar vervallen. Komt er iemand weer op terug dan kost dat een dubbele ducaat aan de Armen van Nuland.

Tekenen: Matijs van Crijll, Peter Eijmbers van crijll, Willem Jansen, G Croon, Jan Jansen van der Ven de jonge, Jan Jansen van Lit, J van Clootwijk, sub secr.

In marge: missieve van de Vrouwe van Nuland  die verklaart content te zijn met de uitspraak, het geld kan uit haar tiendpenningen gehaald worden, ze waxcht een specificatie van de costen af, “eersame vroome president en schepenen u edele genegen vrindinne”, was ondertekent J Marie Tromp, weduwe van de Heer van Nuland, 7 dec 1707. Brief was gericht aan eersame vrome president en schepenen van Nuland.

 

Blz 158 dd 14 oktober 1707

Schepenen verklaren dat Staets Jacobs, gegaseert soldaat staande op de repertitie van de stad Schoonhoven, in de provincie van Holland,  soo wij bericht zijn, alhier tot Nuland in hjet huijs van Jan Dircx Spierings op de 12e oktober 1707 deser wereld is overleden, hij is ongeveer 5 jaar terug bij Spierings in de cost gegaan.

Tekenen: G Croon, Jan Jansen Quack, J v Clootwijk, sub secr.

 

Blz  158 dd 20 oktober 1707

De drossaard heeft over gelevert 18 stukken van dezelfde declaratie van verschot, vacatie en zalaris bestaande in 109 folio, aanvank nemend maart 1699 tot 15 juli 1702

Tekent: J v Clootwijk, sub secr

 

Blz 158 dd 25 februari 1708

Vandaag heeft de Heer Drossaard ter secretarije alhier overgelevert noch 28 stukken van deselfde rekening bestaande samen met de voorige overleverde documenten die op 20 oktober 1707 sijn overgelevert in 278 folio.

Tekent: J v Clootwijk, sub secr

 

Blz 159 dd 20 oktober 1707

Drossaard, schepenen, kerk en armmeesters, borgemeesters en gesworene van Nuland representeerend de gehele corpus machtigen Peter Eijmbers van Creijl, Jan Jaocb Langes, onze mede schepenen om a.s. maandag om 3 uur de 24e februari 1708 te compareren op de plattelands camer te Den Bosch om samen met andere leden van het kwartier van Maasland in gevolge de  resolutie van 30 september 1707 borge te stellen voor de betalingen van de contributien die wij voor dese lopende jaren aan sijn coninklijke majesteit van Vrankrijck sullen verschuldigt werden  volgens tractaat tot Maabeusen gesloten.

Tekenen: G. Croon, Mathijs van Creijl, Jan Jansen van der Ven de jonge, Jan Jacop Langens, Poulus Peters van Osch, Jan Jansen van Lit, Jan Jansen Quack, Adriaan Frans Hoefs, Willem Claesse,  J van Clootwijk, sub secr.

 

Blz 160 losse aantekening?

Tekenen: Merck Hendrick de Bie, Derck Everts ter Broeck, C van Coot, Wouter Joppen, Gijsbert Wellens, Jacob van Gogh, Claas Jan Huijbers, Th. Lemminck, Corstiaen Gerits Beijvelt, Dierck Willems, Sijmen Diercx, Dirck Jansen van Boxel.

EINDE

Laatst aangepast op maandag, 27 augustus 2012 22:20

Geef ons uw mening

Ga naar boven